zaterdag 10 oktober 2009

Paul Goossens over Luckas Vander Taelen

.
De Standaard, zaterdag 10 oktober 2009


Het zat er aan te komen en sinds dinsdagavond is het zover. Iets voor middernacht bepleitte een prominent Groen!-parlementslid in Phara 'zero tolerance' in de Brusselse probleemwijken. Dubbel geparkeerde auto's, praatjes aan de stoplichten en onbeschofte hangjongeren, voor Luckas Vander Taelen is de maat meer dan vol. Die overlast moet weg. Het denken kan vlug gaan. Een paar dagen voordien, in een bijdrage voor deze krant, had hij een ander punt: de impasse van de Brusselse multiculturele samenleving. Het ging fout, omdat we bang waren 'om onze waarden aan de allochtonen op te dringen (sic).' Volgens Vander Taelen gaat het om veel meer dan discriminatie en sociale achterstand. Het probleem ligt dieper, bij de waarden...
De tijd dat de rechterzijde het waardedebat en het pleidooi voor nultolerantie monopoliseerde, is al enige voorbij. Als eerste groen boegbeeld maakt Vander Taelen op zijn beurt de oversteek. Daar is niets mis mee. Zoals de stad van iedereen is, zo ook de universele waarden. Vervelend is natuurlijk dat elke politieke familie, iedere buurt of generatie naar eigen goeddunken de waarden selecteert die ze in de vitrine wil zetten. Zeker als er nieuwe Belgen mee gemoeid zijn, is de verleiding om te sjacheren onweerstaanbaar. Bij momenten lijkt het erop of onze verkeersreglementen en het trottoirgebeuren het meest waardevolle zijn dat we de nieuwe Belgen te bieden hebben.

Al meer dan twintig jaar wordt het politiek correcte denken voor de impasse van de multiculturele samenleving verantwoordelijk gesteld. De plaat is grijsgedraaid: te veel tolerantie, te veel pamperen en een flagrante onwil om de diepgaande culturele verschillen, inclusief normen en waarden, te erkennen. Zo werden de reële problemen niet onderkend en sloeg het beleid de bal mis. Ruim twee decennia later is de U-turn een feit en wordt voluit op de botsing van de culturen gefocust. Het nieuwe politiek correcte denken is geen bijsturing van het vorige, wel een complete negatie ervan. De sociale en economische breuklijnen zijn er tot minder dan een voetnoot gedegradeerd. Dat de getto's in eerste instantie een symptoom van ongelijkheid en achterstelling zijn, is het nieuwe taboe. Het past niet langer in een vertoog dat vooral de culturele en liefst de religieuze verschillen aanjaagt. Bij elk debat over de migratie zit de islam nu in het beklaagdenbankje. Of ze nu Filip Dewinter, Benno Barnard of Jean-Marie Dedecker heten, het nieuwe front van bange oude Belgen deelt dezelfde onwrikbare overtuiging: 'de islam bedreigt de Europese waarden.'

Ongetwijfeld werden de klaagzangen over de Brusselse getto's te lang onder het tapijt geveegd. Dat had echter weinig met politiek correct denken te maken, maar alles met steriele Brusselse gemeentepolitiek en communautaire kortzichtigheid. Omdat het de politieke baronieën aan daadkracht ontbrak, verziekte de boel. Niet de migrant of de islam heeft hier schuld aan, wel het eigen, autochtoon beleid. En toch is relativering van de jeremiades op zijn plaats. Ten tijde van Pieter Daens ergerde het schoon volk in Brussel en Aalst zich eveneens blauw aan de slechte straat- en andere manieren van de werkmens. Het ontbrak het plebs, zo oordeelden de elites, aan waarden, respect en beschaving. Honderd jaar later sieren die vooroordelen het 'Groot Museum van de elitaire angsten en bekrompenheid'.

Het recht op werk en decent wonen zijn Europese, dus ook Belgische grondrechten. Het pleit voor de terughoudendheid van de nieuwe Belgen dat ze die grondrechten zelden op scherp zetten. Nochtans hebben ze daar reden toe. In de werkloosheidsstatistieken zijn ze oververtegenwoordigd en zicht op beterschap is er niet. Ondermeer omdat het onderwijs, ook het Vlaamse, dramatisch faalt. De nieuwe Belgen gaan, aldus vele internationale rapporten, te vlug overboord en worden vervolgens zonder perspectief op straat geparkeerd. In het Oeso-jargon heet dat 'ongekwalificeerde uitstroom'. Met alle gevolgen van dien. Overlast voor de fietsende mandataris en een doodlopende straat voor de gedumpte tiener. De eerste zit na vijf minuten in het pluche, de laatste staat vijf jaar later nog op de keien. Zelfs de top van het Gemeenschapsonderwijs is in de roes rond de waarden de pedalen kwijtgeraakt. De hoofddoek wordt uit de school verbannen en het jonge volk dat het daar oneens mee is, mag inpakken. Zonder diploma, zonder toekomst. Als het om de hogere waarden gaat, is de leerling blijkbaar bijzaak. Zeker als het om nieuwe Belgen gaat.

Paul Goossens is Europajournalist.
Zijn column verschijnt tweewekelijks op zaterdag.
.

donderdag 8 oktober 2009

Het Brinckmannetje vindt steun bij de Wetenschap!

.
De Standaard, donderdag 8 oktober 2009, pp. 4-5
[met toegevoegd enkele kleurtjes van MVF]

De tweede lezing van de stembusgang

Op de avond van de verkiezingen zijn partijen, politici en journalisten soms erg snel met hun interpretaties. Dat valt te begrijpen, het moet allemaal gezwind gaan. Tijd voor reflectie is er nauwelijks. En zeker voor de overwinnaar is het makkelijk om een aantal redenen voor de winst op te lijsten. Wie zal hem tegenspreken?
Een conglomeraat van Belgische universiteiten stelde gisteren een eerste postelectoraal onderzoek van de jongste regionale verkiezingen voor. Dat bracht enkele opmerkelijke verrassingen. ‘Vandaag kunnen we een antwoord geven op een aantal vragen die in de eerste interpretatie van de verkiezingsuitslag snel opdoken en niet noodzakelijk het juiste antwoord kregen', zei professor Kris Deschouwer (VUB), een van de onderzoekers. Hij hekelde daarmee de snelle lezing van uitslag op de verkiezingsdag zelf. Die stroken niet altijd met de werkelijkheid.

Bart Brinckman

Postelectorale verrassingen


Communautaire motieven speelden bij de jongste verkiezingen nauwelijks een rol.
De onderzoekers vroegen de kiezers uit de steekproef tot drie keer om hun stemgedrag te motiveren. Dat gebeurde zowel met een open vraag als met een lijst van mogelijke thema's. In Vlaanderen wordt gemakshalve aangenomen dat het communautaire een belangrijke drijfveer is, zeker bij de jongste verkiezingen. Empirisch onderzoek spreekt dat tegen. Gemiddeld laat slechts 8,1 procent van de Vlaamse kiezers zich door de staatshervorming leiden, in Wallonië is dat nauwelijks 4,6 procent. Wel begeestert het thema haast een kwart van de N-VA-kiezers (zie tabel).

De belangrijkste motivators op 7 juni waren de internationale crisis en de sociale zekerheid.
[...]

'Federaal onderzoek'
De Interuniversitaire Attractiepool Partirep (voluit Participation and representation in modern democracies) verbindt onder meer de universiteiten van Brussel (VUB en ULB), Leuven en Antwerpen. Deze samenwerking, gefinancierd met federaal geld, laat de universiteiten toe om dit peperdure verkiezingsonderzoek te voeren. Bekende namen aan Vlaamse kant zijn Kris Deschouwer, Marc Hooghe en Stefaan Walgrave.
Het onderzoek omvatte drie vraagrondes in Vlaanderen en Wallonië, één face-to-face (februari-eind mei) en twee telefonisch (begin juni, na de verkiezingen). De verkiezingen vonden op 7 juni plaats. Aanvankelijk namen 2.331 respondenten deel aan het onderzoek, dat aantal kalfde af tot 1.698.

De voorgestelde resultaten zijn slecht[s] een eerste greep.
.

zondag 4 oktober 2009

Karel van het Reve over de Universiteit (en de canon)

.
(mijn antwoord op een interessante reactie van lezer PN, op victacausa)


Een referentiekader, of canon, kan niet los worden gezien van het begrip (nationale) identiteit.
Karel van het Reve somt hier enkele typisch Nederlandse, en enige algemeen-Europese stukken van zijn eigen canon op.
KvhR gelooft natuurlijk niet dat zo'n canon het eeuwige leven heeft, maar een anti-identitair pleidooi van hem hoor ik ook hieronder niet:

.
Het dichtst bij een verwerping van de term zelf "identiteit", kwam vhReve wellicht hier ...maar dan blijkt hij toch weer iets heel anders te bedoelen dan wat lezer PN in zijn reactie voor ogen stond:


...en nu kan ik het niet nalaten, omdat KvhR zelf over communicatiestoornissen is begonnen, om deze commentaar van Tom Lehrer hier nog aan toe te voegen:


.

zaterdag 12 september 2009

Waarom Robin Ramaekers de Terzake-reportage heeft gemaakt




De beelden over de onthaalmoeder met een Hitlerfoto en een VMO-vlag in de woonkamer deden afgelopen week veel stof opwaaien. De verontwaardiging was groot, Kind en Gezin nam maatregelen. Maar er waren ook kritische geluiden te horen over de reportagemaker. De journalist, die anoniem wenst te blijven, reageert op de kritiek.

Een door Kind en Gezin erkende onthaalmoeder die zeven kinderen onder haar hoede heeft, vijf kleintjes en twee van een jaar of zes, zeven. Een rijtjeshuis in een Antwerpse volksbuurt. Stickertjes op de voordeur die verwijzen naar een uitgesproken voorkeur voor VL, en een lidmaatschap van een schuttersgild. Een woonkamer met een vlag van de Vlaamse Militanten Orde, een portret van Adolf Hiltler, een doodsprentje van Bert Eriksson en een stuk of wat boeken van extreem-rechtse inslag in de boekenkast. Ziedaar de ingrediënten van het verhaal dat deze week Vlaanderen in de ban hield. Kan een onthaalmoeder het zich permitteren om Hitler aan de muur te hangen in dezelfde ruimte waar ze de kinderen van andere, al dan niet onwetende, mensen opvangt? Mag een onthaalmoeder luidop verkondigen dat de Holocaust zwaar overdreven is, dat de Joden een ‘rotvolkske' zijn? Of belangrijker nog: hoe gezond is het dat een onthaalmoeder verkondigt dat de opvoedingsidealen van de Führer ook vandaag nog een bewonderenswaardige leidraad vormen voor onze kinderen? ‘Stuur ze allemaal naar het VNJ, de Hitlerjugend voor mijn part, dat ze leren gehoorzamen.'

Ik ben de journalist die het nodig vond om daar een verhaal van te maken. Mijn naam vind ik in het hele verhaal niet relevant. Om eerlijk te zijn heb ik ook geen zin om geconfronteerd te worden met de nevenverschijnselen die dit soort verhalen met zich meebrengen. Ik hoef ook geen deel van de glorie die sommigen achter een geslaagde, ‘spectaculaire' onthulling vermoeden. Geen naam dus, geen gezicht. Ik hoor, en lees, dat velen denken: en die mensen waar je over bericht dan, die hadden vermoedelijk ook geen zin in vervelende nevenverschijnselen? De vergelijking gaat niet helemaal op, maar de bemerking is niet minder terecht: ik vind het inderdaad cruciaal dat ook het ‘lijdend voorwerp' van de reportage — de onthaalmoeder, haar gezin en de kinderen onder haar hoede — buiten beeld blijven. Het onderwerp van de reportage is de vraag of een gecontroleerde en erkende onthaalmoeder zich dit soort zeer extreme sympathieën en opvattingen kan permitteren. Het gaat om de vastgestelde feiten, niet om de mensen achter de feiten. Waarom beslis je als journalist om met een verborgen camera binnen te stappen in de privésfeer van nietsvermoedende mensen, wetend dat het dak door jouw toedoen enkele dagen later op hun hoofd zal vallen? Niet omdat je het hoogstpersoonlijk nodig vindt om die mensen aan de schandpaal te nagelen, neen. Omdat je ‘in eer en geweten' vindt dat het verhaal dat je naar buiten brengt maatschappelijk relevant is. Omdat je vindt dat de controlerende, en erkennende, instantie — Kind en Gezin dus — tekortschiet in haar taak en een en ander best eens uitlegt aan de duizenden ouders die hun kinderen dagelijks toevertrouwen aan een onthaalgezin met certificaat ‘Kind en Gezin, gezien en goedgekeurd'. Daarom zet je als journalist een stap die verder gaat dan het gebruikelijke. Het gebruik van zo'n verborgen camera roept uiteraard bij veel mensen vragen op. Wat doen die journalisten allemaal stiekem, zonder zich kenbaar te maken? Mag dat zo maar? Zijn we nog veilig in onze eigen huiskamer? Het antwoord is even simpel als betwistbaar: als er in uw huiskamer iets gebeurt dat het daglicht schuwt, dan is dat uw goed recht. Als er in uw huiskamer iets gebeurt waar uw naasten het slachtoffer van zijn, dan is dat is dat al een heel andere zaak, maar nog steeds niet de onze. Als er in uw huiskamer dingen gebeuren die betrekking hebben op buitenstaanders, en bij uitbreiding de maatschappij - als bepaalde activiteiten in uw huiskamer gecontroleerd mogen en moeten worden door een derde partij, dan komen we stilaan in een ander verhaal terecht. Wat als die controlerende instantie haar werk niet goed blijkt te doen? Wat als je als journalist te weten komt dat er in een huiskamer dingen te zien zijn en visies verkondigd worden die met de beste wil van de wereld moeilijk verzoenbaar zijn met het opvangen van kleine en grotere kindjes? Van het moment dat het private en het publieke in elkaar overlopen, en de controlerende instantie het laat afweten, lijkt het me de plicht en de verantwoordelijkheid van de media om de gordijnen open te trekken. Het is dan aan de pers om vragen te stellen aan die mensen die verondersteld worden een antwoord klaar te hebben.

En hier is het tijd om terug te komen op de, volgens mij, belangrijkste opschortende voorwaarde: als je het als journalist nodig acht om de gordijnen te openen en de straat te laten meekijken, dan is het gelijk ook je absolute plicht om de mensen die je blootstelt aan het daglicht af te schermen. Op geen enkel moment heb ik de identiteit van de onthaalmoeder onthuld, op geen enkel moment het adres of de buurt waar de vrouw haar opvang runt. Dat is niet onze taak. Het is niet aan de media om te veroordelen, Het is aan ons om vragen te stellen. Het is niet het verantwoord gebruik van een verborgen camera dat ter discussie staat. Het is de grens tussen in vraag stellen en veroordelen.

dinsdag 25 augustus 2009

Reynebau is onduidelijk en simplistisch

De Standaard, 25 augustus


Een boutade wil dat veel Vlaamse politici het liefst naar Brussel kijken in de achteruitkijkspiegel van de auto waarmee ze naar hun dorp terugkeren. Het is echter nog een reuzenstap verder om, zoals Frans Crols deed op de jongste, rechtsradicale IJzerwake, voor te stellen dat een onafhankelijk Vlaanderen Brussel maar het best 'loslaat'. Hij had er, zo vond hij, een goede reden voor: als een onafhankelijke Vlaamse staat geen claim legt op Brussel, dan kan die stad het tot stand komen van die onafhankelijkheid niet langer in de weg staan.
Brussel hoeft er niet om te pruilen. Vooral om historische redenen is een stedelijke mentaliteit vele Vlamingen nu eenmaal vreemd. In de negentiende eeuw kreeg de stad een aura van uitbuiting en ellende (zeker voor de socialisten) en van zedelijk verderf (zeker voor de katholieken). Vandaag gaan de dominante middengroepen en 'hardwerkende tweeverdieners' nog altijd het liefst in een klein- of randstedelijke omgeving wonen. Al groeit ondertussen wel een mentale afstand tussen het landelijke ideaal en de realiteit dat Vlaanderen, met name in de 'Vlaamse ruit' Brussel-Leuven-Antwerpen-Gent, tot één grote randstad is uitgegroeid.

Die geringe liefde voor de stad komt zeker de enige lokale metropool niet ten goede, Brussel, decennialang het synoniem voor bureaucratie en volksvreemde francofone macht. Bovendien is Brussel in korte tijd uitgegroeid tot een 'vreemde', erg multiculturele stad met een grote allochtone bevolking, waarin de Vlamingen slechts een kleine minderheid vormen. En wat voor Vlamingen dan nog. Ze noemen zich liever Vlaamse Brusselaars dan Brusselse Vlamingen, terwijl niet weinigen van hen tot overmaat van ramp behoren tot de verfoeilijke Dansaertstraat-snobs.

Dat belet niet dat elke dag 230.000 Vlamingen naar de hoofdstad reizen om er te gaan werken. Dat is haast de hele bevolking van Gent die zich dagelijks naar Brussel verplaatst. Maar de meeste van die pendelaars kennen Brussel zoals Yves Leterme hem kent. 'Ik werk hier nu al twintig jaar,' zei de huidige minister van Buitenlandse Zaken in 2006, 'maar pas toen ik partijvoorzitter werd (in 2003; red.), ben ik nu en dan eens gaan wandelen in de wijken om die stad wat beter te leren kennen.' Zo kennen ook veel Vlaamse pendelaars van Brussel alleen het traject tussen het station en hun kantoor.

Zeker in tijden van communautaire spanningen ervaren Vlaamse politici de hoofdstad als een vreemd lichaam en vooral als een financiële slokop. Brussel wordt erdoor zelfs al snel tot het 'andere' kamp gerekend. Dat laatste is zeker het geval nu Vlaams-radicalen de staatshervorming alleen nog als een confrontatie en niet langer als de uitkomst van een overleg voorstellen. Inmiddels genieten Brusselse politici als Steven Vanackere, Pascal Smet, Guy Vanhengel en Herman Van Rompuy bij Vlaamsnationalisten maar weinig vertrouwen meer: ze schieten immers, als Brusselaars, te goed op met die Franstaligen.

Die confrontatiestrategie tekent al enkele jaren de Vlaamse politieke cultuur. Radicalen kunnen alleen nog een splitsing van België als toekomstperspectief aanvaarden en alles moet daaraan maar ondergeschikt zijn. Als Brussel een hinder is, dan moet Brussel er maar aan geloven. En de stad is inderdaad een hinder voor het dogma van het separatisme, omdat geen enkel splitsingsplan tot nu toe een redelijke oplossing voor Brussel heeft kunnen uitwerken.

Die bestaat allicht ook niet. Brussel is het hart (of toch een van de kamers ervan) van de Vlaamse economie, en bovendien is de stad economisch, sociaal en urbanistisch intens verweven met Vlaanderen. De morfologie van Brusselse agglomeratie bestrijkt tenslotte niet 19, maar 62 overwegend Vlaamse gemeenten.

Dat zelfs de minzame Frans Crols nu het dogma opgeeft om Brussel niet 'los te laten', tekent het ongeduld dat zich meester gemaakt heeft van het Vlaamse radicalisme. Al is de gedachte voor hem toch niet helemaal nieuw. Ruim twintig jaar geleden stelde hij, als directeur van het zakenblad Trends, voor om van Brussel een 'Washington aan de Zenne' te maken. Dat Brussels DC zou vooral een soort vrijhandelszone zijn, te beheren door de Europese Unie. Die heeft daar, voorspelbaar, nooit enige belangstelling laten blijken. Vandaag is het 'loslaten' van Brussel daar nog het enige alternatief voor. Het voorstel heeft de gave van de duidelijkheid. Maar dat is zo met elk simplisme.

Marc Reynebeau is redacteur van De Standaard.

Ik volg het ritme van mijn vrouw


De Standaard, maandag 24 augustus 2009

'Ik volg het ritme van mijn vrouw'
Shaju Hendrikx

(foto) Dries en Meryem Lesage-Kaçar: Hij is professor politieke en sociale wetenschappen aan de U Gent, zij is gemeenteraadslid.

Bij de familie Lesage zijn ze aan het dessert toe. Er wordt koffie en thee geschonken en op de tafel staan meloen, verschillende soorten taart en behoorlijk zoete koekjes.

Dries mag dan geen moslim zijn, hij heeft wel respect voor het geloof van zijn vrouw. 'Ik vast zelf niet, maar ik volg 's avonds het ritme van Meryem. Als ik thuiskom, wacht ik met eten tot het donker is. Dat is maar een kleine moeite', licht hij toe. Meryem geeft borstvoeding en hoeft dus strikt genomen niet te vasten. 'Ik wil toch meedoen omdat ik me er goed bij voel. Het is nu nog maar het begin, dus het valt nog mee. Misschien valt het me later in de maand zwaarder.'

Het stel is op bezoek bij de zus van Meryem en laat zich dat welgevallen. 'Ja, ik heb een drukke baan en kom er niet toe om zelf uitgebreid te koken', zegt Meryem. 'Bovendien is mijn zus een uitstekende kok en ook voor de kinderen is het leuk om bij hun neefjes en nichtjes te zijn. Het is fijn om hier te mogen aanschuiven. Het is een vorm van gastvrijheid die mee de sfeer van de ramadan bepaalt en die toch wel kenmerkend is voor de moslimwereld.'

Dries probeert op nog een andere manier solidai te zijn met zijn vrouw. 'Ik probeer discreter te zijn inzake eten en drinken tijdens de dag. Ik zou het ook niet appreciëren als iemand opzichtig zou eten of drinken als ik moest vasten', zegt hij; terwijl hij volop geniet van een stuk taart - het is per slot al donker.

'Voor mij hoeft hij niet mee te vasten, maar die discretie is wel aangenaam', geeft Meryem toe. 'En ja, als we 's avonds eten, is het uiteraard genieten. Dat gaat het natuurlijk ook om. Door te vasten, kweek je vanzelf meer appreciatie voor het eten en geniet je er dubbel van. Dat mag je ook laten zien, het is een vorm van respect voor de persoon die het eten klaar maakt.'

Het dessert loopt bijna ten einde, het wordt stilaan tijd voor het laatavondgebed, dat begint om ongeveer kwart over tien.

maandag 17 augustus 2009

The postman always rings twice

.
De Standaard
HET BOEK IS BETER DAN DE FILM
The postman always rings twice
donderdag 4 augustus 2005
Kristien Hemmerechts
James M. Cain - Tay Garnett - Bob Rafelson
DRIE voor de prijs van één.

In 1934 schreef de Amerikaan James M. Cain The Postman Always Rings Twice . Tay Garnett verfilmde de korte roman in 1946 met Lana Turner en John Garfield in de hoofdrollen. In 1981 maakte Bob Rafelson met Jack Nicholson en Jessica Lange een nieuwe versie. Die versie staat in het collectieve geheugen gebrand vanwege de keukentafel waarop Nicholson Lange neemt.
Het verhaal: Cora is getrouwd met Nick Papadakis. Samen houden ze een baancafé open, The Twin Oaks. Wanneer Frank Chambers een biertje komt drinken, is hij verloren. Hij wil Cora en Cora wil hem. De geliefden zien slechts één uitweg: Nick vermoorden. De eerste poging mislukt, de tweede slaagt. Na de moord vergiftigt wantrouwen hun liefde. Cora en Frank zijn nu door zonde en door haat aan elkaar geketend. Net wanneer alles toch goed lijkt te komen, slaat het noodlot toe: Frank verliest de controle over het stuur. Cora overleeft het ongeluk niet en Frank wordt ter dood veroordeeld.
Het boek
1. mannen: rechtlijnige wezens. Ze willen eten, drank, seks en vrijheid. Soms ontstaat tussen die verschillende behoeftes een conflict. Zo blijft vrije vogel Frank in Cora's buurt hangen omdat hij door haar betoverd is.
2. vrouwen: onvoorspelbare wezens. Nu eens duivels, dan weer engelachtig; ijzersterk én zwak; zetten mannen aan tot het kwaad, maar inspireren hen ook tot het goede; bron van grote verwarring. Cora gebruikt mannen om haar doel te bereiken. Wanneer ze zwanger blijkt te zijn, kalmeert ze een beetje.
3. seks: heftig, dierlijk, fataal. Cora vraagt aan Frank om haar te bijten. Het bloed spuit in zijn mond. Dan draagt hij haar de trap op.
4. God: schudt zijn hoofd wanneer mensen voor de duivel kiezen. Zij kunnen het niet helpen en Hij kan het ook niet helpen. De duivel klopt altijd eerst bij vrouwen aan. Via hen belaagt hij de man.
5. de titel: wordt niet verklaard; klinkt goed.
6. beoordeling: terecht een klassieker, ondanks het vaak schokkende racisme. Cora noemt haar man ,, a little soft greasy Greek guy with black kinky hair ''. Het laatste wat ze wil is ,, a greasy Greek child' '. Ze is woest wanneer Frank haar vanwege haar zwarte haar voor een Mexicaanse houdt. In 1934 was een Griek in Californië blijkbaar het equivalent van een moslimfundamentalist in Londen vandaag.
De eerste film
1. mannen: vaak laf en zwak (te veel drank, te veel vrouwen), maar uiteindelijk nemen zij de beslissingen en moeten de vrouwen gehoorzamen. De echte macht ligt bij de advocaat en de openbare aanklager.
2. vrouwen: blonde Cora is een ambitieuze, hardwerkende vrouw die iets van haar leven wil maken. Ze heeft daarbij de hulp van mannen nodig, maar helaas willen mannen niet altijd mee. Cora ziet er onder alle omstandigheden kraaknet uit, als de ideale huisvrouw uit jaren vijftig-advertenties voor stofzuigers. Nu eens bindt ze Frank een schort voor, dan weer is hij voor haar letterlijk en figuurlijk een steun. Is ze goed of is ze slecht? Is ze afhankelijk of onafhankelijk? Het blijft onduidelijk. Ze is een vrouw, meer weten we niet met zekerheid.
3. seks: er is sprake van ,, kisses'' , maar die blijven buiten beeld, althans op mijn dvd. De film genoot een succès de scandale omdat Garfield zijn tong zou hebben gebruikt om Turner te kussen. Misschien moet ik voortaan mijn dvd's elders halen. Twee keer gaan de geliefden 's nachts in de oceaan zwemmen. De hoge, woeste golven, waarin ze samen duiken, zijn zonder twijfel een metafoor voor hun passie.
4. God: zorgt ervoor dat gerechtigheid geschiedt. Die wetenschap verzoent Frank met zijn nakende executie.
5. de titel: vlak voor hij naar de gaskamer wordt geleid, zegt Frank dat de postbode altijd twee keer aanbelt en dat je dus niet bang hoeft te zijn dat je hem niet hoort. Frank legt het verband met God (zie 4).
6. beoordeling: maakt vooral een onhandige, stuntelige indruk. De personages dreunen hun tekst op. Grootste probleem is 3: hoe dit verhaal aannemelijk maken in deze seksloze versie? Alle personages hebben Engelse namen gekregen: Nick is niet langer een Griek, maar heet Smith en de advocaat heet niet Katz maar Keats.
De tweede film
Cora's echtgenoot is opnieuw een Griek. ,,In dit land - de USA - zijn er veel kansen, maar er is geen geluk,'' mijmert hij. Nick Papadakis is een goed mens, met bijzonder veel stront in zijn ogen. Daarvan maken Frank en Cora schandelijk misbruik. In deze versie is Frank, eerder dan Cora, de duivel. Hij neemt haar met bruut geweld, wat zij best lekker lijkt te vinden. Maar uiteindelijk is ze het afhankelijke vrouwtje. Haar tranen vertederen hem. ,,Je kunt niet weten wat het is om een vrouw te zijn.'' En: ,,Er is maar één man van wie ik een kind wil en dat ben jij.'' Die woorden temmen wildebras Frank, maar helaas volgt er ook dit keer geen happy end .
Lana Turner komt veel dichter in de buurt van de Cora uit het boek dan Jessica Lange. Zij is duivel én engel, hemel én hel. Ondanks de expliciete sexy scènes is Jessica Lange eenduidiger en braver. De inzet van de tweede verfilming is veel minder hoog: het gaat niet langer om het conflict tussen goed en kwaad, maar tussen goede en slechte seks. De duivel en God zijn naar huis gestuurd en Frank wordt niet meer ter dood veroordeeld. Lossere zeden zijn niet altijd een goede zaak voor de cinema.

JAMES M. CAIN
The Postman Always Rings Twice
1934 (Orion, Londen, 2005)

De films
TAY GARNETT (1946)
BOB RAFELSON (1981)
In deze rubriek leggen we het boek naast de filmversie.

vrijdag 7 augustus 2009

victacausa in HUMO, KNACK enz.


.


.








.








En nu weer Knack, hoofdartikel van Rik Van Cauwelaert:
"Op zijn bekende webstek Victa placet mihi causa brengt Marc Vanfraechem de transcriptie van een radiogesprek tussen ..."

dinsdag 4 augustus 2009

De Frankfurter Allgemeine over de Dalai Lama

Einmal Erleuchtung macht 49 Euro, Menschlichkeit inbegriffen:

Der Dalai Lama schenkt Frankfurt vier Tage Lächeln.

JAN GROSSARTH

Wo sonst das Tor steht, hat nun Seine Heiligkeit Platz genommen. Auf der Bühne im Frankfurter Fußballstadion hockt die vierzehnte Inkarnation des Dalai Lama auf einem Sessel im Schneidersitz. Um ihn herum, auf dem Podium, sitzen drei Professoren in Anzügen. Sie sprechen mit übereinandergekreuzten Beinen über ihre Lieblingsthemen: über den Klimaschutz der Klimaforscher Mojib Latif, über den Zins der Wirtschaftsethiker Karl-Heinz Brodbeck und über das garantierte Grundeinkommen der Unternehmer Götz Werner. Der Dalai Lama gähnt. Er schwenkt seinen Oberkörper hin und her. Götz Werner unterbricht die Meditation: "Es wäre an der Zeit, jetzt einmal Seine Heiligkeit zu fragen, was er von der Idee des Grundeinkommens hält."

Bis zum Sonntag ist der Dalai Lama an vier Tagen in der Frankfurter Commerzbank-Arena aufgetreten. Etwa zehntausend Menschen kamen pro Tag - auch nicht mehr als zuletzt zu den Spielen des Zweitligavereins FSV Frankfurt. "Ausweg und Hoffnung" steht für Samstag auf dem Programm. Das passt in die Zeit, aber trotz Krise und also Hochkonjunktur der Sinnsuche sind etwas weniger Besucher gekommen als zu den Großunterweisungen des Dalai Lama vor zwei Jahren in Hamburg. Aber die Karten waren auch nicht ganz billig: neunundvierzig Euro für einen Tag, einhundertfünfundzwanzig für alle vier.

Was also hält Seine Heiligkeit vom bedingungslosen Grundeinkommen, einer Idee, die den Menschen in Indien und Tibet womöglich weniger geläufig ist als hierzulande? Der Lama sagt: "Ich weiß es nicht. Ich bin verwirrter als zuvor. Nichts im Leben kann nur positiv sein, sondern es gibt immer auch negative Nebenwirkungen." Plötzlich lacht er laut, und die Menschen lachen mit ihm. Eine Zuhörerin, die gerade noch für das Grundeinkommen applaudiert hatte, quiekt kurz auf vor Entzücken über diese heilige Ehrlichkeit. Sie presst ihre Handflächen zum buddhistischen Segenszeichen aneinander.

Überall vor und in dem Stadion riecht es nach Räucherstäbchen, obwohl nirgends welche zu sehen sind. Nachdem auf dem ersten Podium des Tages die Waldrodung, der Zins und die übermäßige Fleischproduktion gegeißelt wurden, werden im Presseraum Fleischbällchen von Einweg-Holztellern und Cola aus Pappbechern angeboten, für die sich die veranstaltenden drei buddhistischen Verbände hoffentlich nicht haben am Kapitalmarkt verschulden müssen: Bis zum Samstag war die 1,6 Millionen Euro teure Veranstaltung defizitär. Der Besuch ist also keine Kommerzangelegenheit und auch kein Weltjugendtag. Der Altersschnitt liegt vielleicht zehn Jahre unter dem einer katholischen Sonntagsmesse. Die Teilnehmer erinnern an andere Menschlichkeitsmessen wie Biokrebskongresse oder Anthroposophentagungen, auf denen unsichere Menschen nach Vorbildern suchen, die sie in ihrer Ahnung bestärken, dass es eine geistige Realität neben der materiellen gebe.

Immer morgens hält der Dalai Lama eine Begrüßungsrede. Am Samstag heißt zunächst ein Ansager die Besucher willkommen und bekommt einen Blackout, als er das Leitmotto nennen will. Er schaut auf seinen Spickzettel: "Ach ja: Eine Welt, ein Geist, ein Herz." Kurz darauf vergisst auch der Dalai Lama das Thema und lässt es sich von einem Mönch, der schräg hinter ihm sitzt, ins Ohr flüstern. "One world? Yes. One heart, one mind - hm, I don't know." Er lacht über seine Bescheidenheit: "Einige nennen mich Gottkönig, andere einen Dämonen. Aber ich bin ja auch bloß ein Mensch." Seine Stimme bricht fiepsig nach oben aus und hallt in der Arena lange nach. Die Zuhörer applaudieren.

Der Dalai Lama sagt, als "primäre Ebene" eines Menschen bezeichne er die Ebene der Menschlichkeit und Nächstenliebe; das sei die wichtigste, wichtiger als die sekundäre oder weitere Ebenen, auf denen etwa die Religion angesiedelt sei. Auf der primären Ebene herrscht in der Arena größte Harmonie, der schmunzelnde Heilige ist eine prima Projektionsfläche für Humanisten, Sozialisten, Freunde unterdrückter Völker und Christen, denen der Papst zu intolerant und verpflichtend ist. Auf der sekundären Ebene wird nicht diskutiert. Vielleicht ist alles ein großes Missverständnis.

"Ich will endlich Taten sehen", ruft der Klimaforscher - Applaus. Seine Heiligkeit sagt zur Klimapolitik: "Vielleicht stirbt die Welt bald, vielleicht brennt die Sonne bald nicht mehr, das ist dann eben die Realität. Aber bis dahin sollten wir möglichst glücklich sein." Applaus. Der Lama winkt in die Menge, was die Harmonie abermals steigert. Er sagt: "Geistiges Wohlergehen wird nie mit einer Maschine produziert werden können." Am Ende der Diskussion legt der Dalai Lama den Professoren weiße Schals um, einige hundert Besucher laufen vor die Bühne und fotografieren, eine Frau in gelbem T-Shirt murmelt: "Das ist der beste Mensch auf der ganzen Welt." Der Dalai Lama nimmt sich (auf der primären Ebene) nicht so ernst, nimmt die Politik und die Intellektuellen nicht ernst, er lacht und predigt Menschlichkeit und erreicht die Herzen. Die Professoren schwätzen, in der Mitte gähnt der lachende, infantile Gottmensch. Ja, ist Gott denn ein Clown?

Text: F.A.Z., 03.08.2009, Nr. 177 / Seite 27

maandag 6 juli 2009

Westers Misverstand

DS, 6 juli

WESTERS MISVERSTAND
Oscar van den Boogaard


DE MAN OP DE MAANDAG — Het Westen en het Oosten kunnen elkaar maar moeilijk begrijpen. In Europa gaan steeds meer stemmen op voor een verbod van de islamitische sluier die de vrouw van top tot teen omzwachtelt. Het zou een mobiele gevangenis zijn. Een teken van onderdrukking. Een belediging voor de waardigheid van de vrouw. Maar is een verbod niet strijdig met het principe van individuele vrijheid? En zou een gesluierde vrouw niet net zo goed kunnen menen dat het westerse ideaalbeeld van de vrouw een keurslijf is dat zij gedwongen is aan te trekken. Onder de boerka's, niqabs en sluiers beleven vrouwen misschien juist een opvallende vrijheid. Ze hoeven zich onder hun mantel van liefde in ieder geval niet te schamen voor dikke benen, brede heupen en hangtieten en ze kunnen denken wat ze willen.
Ik heb onlangs De Europese Harem gelezen, van Erasmusprijswinnares Fatima Mernissi, een sociologe uit Rabat, die in haar boek het grote westerse misverstand over de Arabische vrouw probeert te analyseren. Heel anders dan de boerka's en sluiers van nu zijn de harems door het westen altijd verheerlijkt. Kijk naar de oriëntaalse schilderijen van Ingres, Delacroix of Matisse. In een atmosfeer van bedwelmende parfums, sprankelende fonteinen en zinnelijke muziek kan de man er vrij beschikken over de mooiste vrouwen. Ze worden steeds voorgesteld als odalisken (Turks woord voor slavin) die slechts bestaan voor het privégenot van een enkele meester.

Mannelijke moslimkunstenaars zien de haremvrouwen geheel anders en hebben hen vanaf de achtste eeuw altijd voorgesteld als ruiters op snelle paarden, gewapend met pijl en boog en gekleed in zware mantels. Vrouwen zijn voor hen zelfbewuste vechtersbazen die heel goed weten wat ze zelf verlangen.

Het Arabische woord haraam, waarvan harem is afgeleid betekent oorspronkelijk 'zonde', dat wat absoluut verboden is in de islam. Maar kennelijk is het woord bij het oversteken van de grens in zijn tegendeel veranderd: euforie, bandeloosheid, seks bevrijd van zorgen. Fatima Mernissi noemt het westerse begrip van harems in haar boek uiterst oppervlakkig en cosmetisch. Oosterse vrouwen zijn helemaal niet passief en ondergeschikt. Kijk naar wat er in Iran is gebeurd na de islamitische revolutie en de Iraanse vrouwen veranderden in onverschrokken straatvechters.

In de westerse voorstelling van de harem hebben vrouwen geen vleugels, geen paarden en geen pijlen. Anders dan in de moslimharems woeden er ook geen verschrikkelijke seksoorlogen, waarin vrouwen weerstand bieden, de plannen van mannen verijdelen, en soms zelfs meesteres worden. De westerse man projecteert in de haremvrouw inschikkelijkheid en de bereidwilligheid van vrouwen om te gehoorzamen. Intellectuele gedachtewisseling is het laatste wat hij wil. Maar in de moslimharems is volgens de schrijfster de intellectuele confrontatie met vrouwen een noodzakelijke voorwaarde voor een orgasme.

Mernissi haalt het voorbeeld aan van het beroemde ballet Scheherazade van Diaghilev. Het westen heeft de Scherazade daarmee monddood gemaakt en voorgesteld als een luxehoer. Ze heeft haar het krachtigste erotische wapen dat een oosterse vrouw heeft ontnomen: haar noetk, het vermogen om in woorden te denken en het brein van een man te penetreren met zorgvuldig uitgekozen termen. Wat, vraagt de schrijfster zich af, is in godsnaam de betekenis van een orgasme in een cultuur waar aantrekkelijke vrouwen geen hersens hebben. 'Welke woorden gebruiken de westerlingen voor het orgasme als de vrouw geen verstand heeft. Gemeenschap is per definitie een communicatie tussen twee individueën, en in het Arabisch betekent één woord voor gemeenschap, kijasaî, zelfs letterlijk onderhandelen. En waarover onderhandeld moet worden tijdens de seksuele gemeenschap is de harmonisatie van hoop en verlangen, en dat kan alleen als beide partners hun verstand gebruiken.' Om een intelligente vrouw te verleiden moet de man een meester worden in de kunst van de erotiek. Met Scheherazade bereikt het liefdesbedrijf van Sjahriaar de toppen van zijn kunnen maar zij werd in het westen bestolen van haar intellectuele kracht en het enige wat ze mocht doen was mooi zijn en bevallig met haar heupen zwaaien.

Buikdansen wordt volgens Mernissi in het Midden-Oosten zelden beschouwd als een fysieke prikkeling des vlezes die losstaat van spiritualiteit. Eeuwenlang hebben moeders en tantes kleine meisjes de elementaire bewegingen van het buikdansen als een oefening in weerbaarheid bijgebracht. Een huldiging van het lichaam en een ritueel van zelfbevestiging.

Aan al deze misverstanden moet ik denken als ik gesluierde vrouwen op straat zie lopen en niet in de ogen kan kijken. Ik weet niet of ze wel zo onderdrukt, ongeëmancipeerd en ongelukkig zijn als westerlingen geneigd zijn te denken.

Zolang ze zwijgen zullen we dat in ieder geval niet weten.

Oscar van den Boogaard is schrijver.
De man op de maandag verschijnt wekelijks op maandag.

maandag 29 juni 2009

De Standaard-eindredactie is met vakantie

Hoofddoeken hebben ook voordelen, vindt HUGO VAN ASSCHE.
'Het maakt relaties en gezinnen stabieler.'


Als buurtbewoner van het atheneum in Antwerpen en ex-werkgever van vele moslima's ga ik akkoord met de analyse van Meyrem Almaci (DS 25 juni). Groepsdruk om de hoofddoek te dragen is er wel degelijk. Moslima's die in mijn restaurant werkten, kregen vaak kritiek van mannelijke geloofsgenoten omdat ze de hoofddoek niet droegen. Een half-Nederlands half-Congolees meisje (niet-gelovig) kreeg het aan de stok met moslimjongens omdat ze tijdens de ramadan een sigaret opstak.
Maar het dragen van de hoofddoek maakt ook deel uit van de godsdienstvrijheid en de identiteit van die meisjes. Dat verbieden getuigt van een gebrek aan respect voor hun identiteit en hun individuele keuze, zelfs al wordt die keuze hen opgedrongen. Onze wetten garanderen die meisjes dat ze later sowieso hun eigen keuzes kunnen maken. Laat het hun verdienste zijn, als zij later kiezen om niet meer toe te geven aan die groepsdruk.
Maar er is meer. Om je aan groepsdruk te kunnen onttrekken, moet je sterk staan. Momenteel zitten moslima's met hoofddoeken niet in die sterke positie. Ze hebben hem nodig. Ze zien bovendien ook dat de situatie van de autochtonen in de buurten waar ze wonen, meestal niet bepaald benijdenswaardig is. Die leven vaak in een spirituele woestenij van kapot gerukte gezinnen met veel drank- en drugmisbruik. Velen hebben hun geloof vervangen door astrologie, of gaan te rade bij een of ander medium in buurt. Ook op financieel vlak lijken de allochtonen in de buurt het beter te doen dan de autochtonen. Het geloof legt duidelijke leefregels op, en maakt relaties en gezinnen stabieler. Dat is heel wat voor die mensen. Voor hen die het niet breed hebben, is een echtscheiding iets wat hen voor altijd in uitzichtloze armoede kan doen belanden. Geloof me, als je arm bent, is je keuzevrijheid ook beperkt. Het geloof en bij uitbreiding de hoofddoek, kunnen helpen om zich tegen die dreigende chaos te wapenen.
Mij lijkt het in elk geval een verademing voor de buurt als ik na school die nette meisjes met hun hoofddoek braaf naar huis zie wandelen. Wat een contrast met de dagelijkse miserie van het De Coninckplein en de straatprostitutie van een paar jaar geleden.
Met alle begrip voor de directie van het atheneum, ze namen die beslissing ongetwijfeld in eer en geweten, en met emancipatorische doeleinden, maar dit lijkt mij niet de manier. Het is niet de taak van de school om tegen de levensbeschouwing van ouders en jongeren in te gaan. Dat is 19de-eeuws.
Een school bevindt zich in een bepaalde maatschappelijke context en moet respect hebben voor de mening van ouders. Onze samenleving garandeert het individu bepaalde rechten en bescherming, maar ze is nog altijd niet in staat persoonlijke netwerken en de familie te vervangen. We moeten de zelfredzaamheid verhogen, de omstandigheden creëren waarin iedereen zijn eigen keuzes kan maken. Maar die keuzes moeten jongeren uiteindelijk nog altijd zelf maken.

woensdag 13 mei 2009

Belgie heeft toekomst

.
Belgie heeft toekomst

Ondanks alle pogingen om verdeeldheid te zaaien en Vlamingen, Brusselaars en Walen tegen elkaar op te zetten blijft België voor ons een erg waardevol samenlevingsmodel. Als we er in België niet in slagen om samen te leven over de taal- en culturele grenzen heen, wat moet er dan van het Europese project worden? Hoe aanlokkelijk het ook lijkt om ons terug te plooien op de eigen groep met wie wij taal en cultuur delen, meer dan een vals gevoel van veiligheid zal ons dat niet opleveren. Samenleven in een democratische samenleving is samenleven in verschil: tussen Nederlandstalige en Franstalige, werknemer en werkgever, allochtoon en autochtoon, man en vrouw, hetero en holebi. Net dat verschil maakt onze samenleving dynamisch. Democratische instellingen zoals het parlement en het sociaal overleg werden ontworpen om aan het samenleven in verschil vorm te geven, met vrijheid, gelijkheid en solidariteit als basiswaarden. Het is een illusie te geloven dat men door de verschillen te verkleinen, door het land op te splitsen, meer democratie krijgt. Het tegendeel is waar. Zonder verschil, geen democratie.
Ons project voor België lijkt in niets op het vroegere unitaire, Belgique à papa. Het verwerpt wel het eeuwige gekibbel van Vlaamse en Franstalige fronten. Het gelooft niet dat we enkel kunnen samenleven indien we dezelfde taal spreken. In welke taal we ons ook uitdrukken, onze idealen en zorgen zijn universeel menselijk. Veiligheid en sociale bescherming, een propere leefomgeving, respect, het recht op vrije meningsuiting, enz. Ons project voor België is onversneden progressief. Het wordt gedragen door alle Belgen die erkennen dat ze van elkaar verschillen en die verschillen niet wegmoffelen onder een verstikkende eenvormigheid, maar beseffen dat er geen andere keuze is dan in dit kleine land met elkaar samen te leven.

De politieke crisis van de voorbije jaren is de uiting van het falen van de huidige politieke elite en haar communautaire aanpak. Verschillen tussen bevolkingsgroepen onophoudelijk uitvergroten en tegelijkertijd verschillen binnen bevolkingsgroepen verdoezelen haalt enkel de meest destructieve krachten in ons verschillend zijn naar boven. De politieke crisis is dan ook een dringende oproep aan progressieve krachten om onze democratische instellingen te herdenken om op een nieuwe, creatieve manier vorm te geven aan dat verschil. België vond in het verleden wel steeds creatieve oplossingen. Door haar politieke experimenten is België een waardig gastland voor de Europese instellingen.

Ook aan de sociale en economische verschillen - die tussen werknemer en werkgever - geeft de Belgische samenleving creatief vorm. Ons sociaal overlegmodel zorgt voor een rechtvaardiger verdeling van onze welvaart en voor de nodige politieke stabiliteit. Het sociaal overleg, de sociale zekerheid en de arbeidswetgeving moeten Belgisch blijven. Ze garanderen gelijk loon voor gelijk werk onder gelijke werkomstandigheden. Interpersoonlijke solidariteit via de sociale zekerheid vermijdt al te grote verschillen tussen arm en rijk. De economische crisis die we vandaag doormaken neemt een ongeziene omvang aan. Ons sociaal zekerheidsstelsel vangt gedeeltelijk de vaak dramatische gevolgen op. Dit willen we zo houden. Anderzijds hypothekeert communautaire verdeeldheid en een inefficiënte taakverdeling tussen verschillende beleidsniveaus de capaciteit van de overheid om de crisis aan te pakken. We willen een staatshervorming die bevoegdheden herschikt in functie van objectieve noden en niet van machtsspelletjes. Een staatshervorming die ook oog heeft voor het versterken van die federale structuren die de solidariteit en de efficiëntie van onze overheidsadministraties bevorderen. Op Belgisch niveau zijn we beter beschermd tegen de schokken van de globalisering, die een regio in de ene eeuw opstuwt in de vaart der volkeren om ze de andere eeuw in diepe armoede te storten.

Samenleven in verschil is niet vanzelfsprekend. Er moet iedere dag opnieuw aan gewerkt worden. Het dwingt ons het samenleven te blijven heruitvinden en onze instellingen en overlegorganen telkens opnieuw aan te passen. Ons terugplooien op onze eigen groep is geen oplossing. Het vergiftigt de voedingsbodem waarop democratie bloeit. Omdat het versterken van de solidariteit ons dierbaar is, steunen wij initiatieven zoals het volksfeest Belgavox die een krachtig signaal willen geven dat verdelen en splitsen ons niet verder helpt. België heeft toekomst.

Stijn Oosterlynck (KUL); Patrick Deboosere (VUB); Eric Balliu (architect); Bert Beyens (RITS); Jan Blommaert (University of Jyväskylä); Bambi Ceuppens (KMMA); Saddie Choua (videaste); Ronald Commers (UGent); Eric Corijn (VUB); Lieven De Cauter (KUL/RITS); Stefan De Corte (VUB); Pascal De Decker (Hogeschool Gent/St.Lucas); Herman De Ley (Ugent); Helga De Valk (VUB); Patrick De Vos (auteur); Pascal Debruyne (UGent); André Decoster (KUL); Aleidis Devillé (KUL); Jan Dumolyn (UGent); Thierry Eggerickx (UCL); Mohamed El Omari (Divers en Actief); Sylvie Gadeyne (VUB); Eric Goeman (woordvoerder Attac Vlaanderen); Kristien Hemmerechts (schrijfster); Stefan Hertmans (schrijver); Dirk Jacobs (ULB); Chris Kesteloot (KUL); Rudi Laermans (KUL); Dieter Lesage (Erasmus Hogeschool Brussel); Maarten Loopmans (Erasmus Hogeschool Brussel); Fred Louckx (VUB); Ico Maly (KifKif); Francine Mestrum (ULB); Anne Morelli (ULB); Dany Neudt (KifKif); Luc Pien (Sint Lucas Beeldende Kunst); Rik Pinxten (UGent); Eric Remacle (ULB); Peter Reynaert (UA); Piet Saey (UGent); Johan Simons (Artistiek Directeur NTGent); Kris Smet (actrice); Erik Swyngedouw (University of Manchester); Fernand Tanghe (UA); Jan Teurlings (Universiteit van Amsterdam); Monika Triest (schrijfster); Tom Truyts (KUL); Dirk Tuypens (acteur); Jan Van Bavel (VUB); Gie van den Berghe (UGent); Leen Van der Vorst (Victoria Deluxe); Johan Van Hoorde; David van Reybroeck (schrijver); Luckas Vander Taelen (RITS); Karel Vanhaesebrouck (UMaastricht/RITS); Frederic Vermeulen (Universiteit van Tilburg); Jacques Vilrokx (VUB); Dominique Willaert (Victoria Deluxe); Karim Zahidi (UA/UGent); Sami Zemni (UGent).
.

zaterdag 18 april 2009

Vlaamse Intellectuelen op Drift (Geert Buelens)

.
De Morgen, 15 april, p.17.

Geert Buelens vreest voor een Vlaamse variant
van de Amerikaanse Culture Wars
door Geert Buelens
Geert Buelens is schrijver en hoogleraar moderne Nederlandse letterkunde aan de universiteit van Utrecht. Hij bestudeert onder meer de links-nationalistische Vlaamse literatuur. Zijn boek Europa Europa! werd begin deze maand bekroond met de ABN Amroprijs voor het beste non-fictieboek van 2008.De 'linkse kerk' lijkt een begrip van het verleden te worden: onder meer de Gravensteengroep (met leden als Etienne Vermeersch, Jan Verheyen en Ludo Abicht) en de recente stukken van schrijvers Benno Barnard en Geert van Istendael illustreren dat de consensus onder Vlaamse intellectuelen vandaag ver te zoeken is, als er ooit al een 'linkse kerk' is geweest. De linkse intellectueel Geert Buelens legt uit waarom het gescherm met kreten als 'censuur' of 'linkse lemmingen' het debat geen goede dienst bewijst.

Als in 2030 na diepgravend onderzoek een boek verschijnt over het intellectuele leven in Vlaanderen aan het begin van de eenentwintigste eeuw, zal de periode 2008-2009 een scharniermoment blijken te zijn. In die jaren sneuvelde immers de schijnbare consensus over twee geloofspunten van de Vlaamse intelligentsia: het multiculturalisme en het voortbestaan van België. De geruchtmakende islamopstellen van Benno Barnard en Geert van Istendael, de Gravensteenmanifesten over de staatshervorming en, vorige week, de petitie naar aanleiding van de (volgens de auteur uit Vlaamse boekhandels geweerde) Mitterrandbiografie van VB'er Koen Dillen (die zijn over het algemeen positief besproken biografie onder pseudoniem publiceerde, red.) vormen slechts enkele van de meest gemediatiseerde voorbeelden van iets wat op een intellectueel schisma begint te lijken. Dat belgicisten als Barnard en Van Istendael optrekken met publicisten die het einde van België bepleiten, mag opmerkelijk zijn, wie de verschillende interviews, manifesten, blogs en petities na elkaar leest, krijgt bovenal de indruk dat het hier gaat om een strijd over de Ware Marsrichting. De dissidenten laten op hun beurt weinig of geen ruimte voor tegenspraak en discussie.De politieke macht mag in dit land dan al decennia voornamelijk in handen zijn van centrumpartijen, de idee dat links het voor het zeggen heeft komt niet helemaal uit de lucht gevallen. Als 1968 ergens iets te betekenen heeft gehad, dan in de media en cultuur. Na het verdwijnen van rechtse vaandeldragers als Manu Ruys en Louis De Lentdecker leek dit landsdeel enkel nog linkse intellectuelen te hebben. Ook al hadden ze minder lezers dan Het Laatste Nieuws of Dag Allemaal, bladen als Humo en De Morgen beheersten gaandeweg het klimaat. Met intellectualisme had dat niets te maken - zijn het beruchte tv-programma Container en het literaire luik van Antwerpen 93 ergens zwaarder aangepakt dan in Humo? - wel met een vorm van humor en kritiek die door beide media met succes is beoefend en die via verwante bijhuizen als Woestijnvis uitgroeide tot een Vlaamse huisstijl. Vaste doelwitten zijn de katholieke kerk en andere instanties die er op moreel en cultureel vlak andere (behoudsgezinde, genuanceerde) standpunten op nahouden.Onder meer Tom Naegels wees er in zijn columns op hoe merkwaardig dit was. Terwijl het stemgedrag van de Vlaming bepaald niet links of antinationalistisch genoemd kon worden, waren er nauwelijks of geen prominente rechtse intellectuelen. Of beter: ze waren er wel (Matthias Storme, bijvoorbeeld), maar ze leken niet meer potten te breken dan wat er nog restte van klein links. De afgelopen jaren is dat echter veranderd.Bart De Wever speelde in die evolutie een symptomatische rol. Als uiterst cassante politicus en columnist bakte hij de zogenaamd linkse media een koekje van eigen deeg: hij verpakte zijn behoudsgezinde boodschap op de door Humo geijkte manier (cynische grapjes, oneliners) en werd omhelsd als de rechtse messias op wie zolang met smart was gewacht. In een commerciële omgeving kun je je het als massamedium immers niet blijven veroorloven om een substantieel deel van het publiek te negeren en dus kwam De Wever als geroepen.Er was echter veel meer aan de hand. Naweeën van Fortuyn en Theo van Gogh, het Hollandse gestuntel rond de beveiliging van Ayaan Hirsi Ali, de door veel media als Clash of Civilizations voorgestelde oorlog tegen de terreur en de bepaald niet afnemende communautaire, etnische en religieuze spanningen in dit land zorgden voor een breuk in de eertijds eendrachtige kring. Opvallend is dat een term als 'linkse kerk', die voorheen enkel in gelederen van Blokkers en internetfora voorkwam, nu ook opduikt in bijdragen van intellectuelen die zichzelf progressief noemen. Die 'kerk' wordt dan voorgesteld als een machtig en repressief blok dat er in al zijn onwetende koppigheid in slaagt elk debat te monopoliseren en daardoor de westerse democratie en verlichting hypothekeert terwijl het zich slaafs onderwerpt aan Franstaligen, dan wel moslims.Vaak is dit echter een verhaal van potten en ketels die om ter zwartst blijken. Zo noemde de Gravensteengroep de mening van andersdenkende intellectuelen "onaanvaardbaar". Barnard vergeleek zijn tegenstanders met Robespierre (als verlichte denkers vermomde verdedigers van de terreur) en "linkse lemmingen" (aan westerse zelfhaat ten gronde gaande 'appeasers'). Om zijn nieuwe, in de praktijk moeilijk samen te denken politieke allianties te laten rijmen, moet Barnard intussen zijn toevlucht nemen tot hogere sofistiek. Zo stelde hij vorige week "wel in multiculturaliteit" te geloven, "althans tussen Vlamingen en Franstaligen". Met andere culturen valt in dit land dus blijkbaar niet samen te leven - hoe hij dat in België als Nederlander organiseert met zijn Amerikaanse vrouw is me niet duidelijk. Te vrezen valt echter dat het maar al te duidelijk is. Of bedoelt Barnard iets anders te zeggen dan dat moslims eigenlijk niet thuishoren in dit land?De petitie over de kwestie-Koen Dillen geef aan dat het hier niet alleen om de Waarheid en de erfenis van de verlichting draait. Anders hadden de actievoerders zich vast eerst terdege geïnformeerd. Het amalgaam van Gravensteners, islambashers, LDD-populisten en schrijvers dat zich achter de petitie schaarde, bleek niet heel goed geïnformeerd. Het boek van Dillen is door De Groene Waterman niet uit de rekken gehaald en het is, net als vele duizenden andere boeken die nooit of slechts heel kort de boekhandel halen, vrij te koop op het internet. Een maand of wat geleden maakte een ander deel van de intelligentsia een soortgelijke uitschuiver toen het naar aanleiding van de kwestie-Erwin Mortier even misplaatst het woord 'censuur' in de mond nam. Tot nader order kan iedereen hier zeggen of drukken wat hij of zij wil, zolang de wet niet wordt overtreden. In die context suggereren dat 'weldenkend links' of de katholieke kerk de vrijheid van meningsuiting bedreigen, is beledigend voor intellectuelen in landen waar de vrijheid van meningsuiting wel degelijk wordt beperkt. (En inderdaad, Benno, dat zijn vaak islamitische landen).Dat het als monolithisch links ervaren Vlaamse intellectuelendom in verschillende fracties uit elkaar valt, is vanuit democratisch oogpunt een goede zaak. De dwingende en verongelijkte toon van veel debatten doet echter de vrees ontstaan dat deze evolutie in de praktijk minder gunstig is. Net nu de Verenigde Staten onder leiding van Obama een einde proberen te maken aan de zo verscheurende en onproductieve Culture Wars, beginnen wij ons te verliezen in even oever- als hopeloze debatten. Terwijl alle denkkracht nodig is om het ontspoorde kapitalisme bij te sturen, wordt gesuggereerd dat ons heil afhangt van het verbieden van hoofddoeken achter een overheidsloket. Terwijl kwaliteitsmedia in steeds acuter gevaar verkeren, schelden we elkaar in die media uit voor fascist, racist en terroristenvriend. Intellectuelen moeten het vooral niet met elkaar eens zijn. Als ze zichzelf 'intellectueel' willen noemen, helpt het misschien toch om twee keer na te denken vooraleer de al dan niet vermeende tegenstander onder het mom van het verlichtingsdenken en de emancipatie te demoniseren.Terwijl alle denkkracht nodig is om het ontspoorde kapitalisme bij te sturen, wordt gesuggereerd dat ons heil afhangt van het verbod op hoofddoeken achter een overheidsloket. En terwijl kwaliteitsmedia in steeds acuter gevaar verkeren, schelden we elkaar in die media uit voor fascist, racist en terroristenvriend.
.

woensdag 18 maart 2009

Der menschliche Makel

.
Die Tageszeitung
15.03.2009

Muslime missbrauchen Rassismusbegriff
Der menschliche Makel
Die Muslimverbände bagatellisieren nicht nur den Rassismus-Begriff, sie schlagen auch Kapital aus dem Schreckenswort. Es wird zum Knüppel gegen Kritik und verschleiert eigene Ressentiments.

von NECLA KELEK

Der Mensch wird als Muslim geboren, wenn nicht, macht ihm der Islam das Angebot, diesen menschlichen Makel durch Übertritt zu tilgen. Jedes Kind mit einem muslimischen Vater ist nach islamischem Brauch per Geburt Muslim, denn Muslimsein ist in den Augen der Gläubigen die natürliche Form des Menschseins. Austreten kann man aus dieser Religion nicht, es sei denn, man nimmt den Tod mit anschließender Höllenfahrt in Kauf.

Der Einzelne ist per Geburt Muslim, wie ein anderer große Ohren oder blonde Haare hat. Eine Entscheidung über diesen Zustand steht ihm nicht zu, er ist sozusagen von Gott gegeben. Ihn wegen dieser Besonderheit oder dieses Stigmas zu kritisieren, ist deshalb diskriminierend, weil Muslimsein das eigentliche menschliche Privileg ist und ein Muslim nichts dafür kann, dass er Muslim ist.
So jedenfalls erscheint das schlichte Argumentationsmuster des Koordinierungsrats der Muslime (KRM), der Dachorganisation der Islamverbände in Deutschland, und des Interkulturellen Rats, eines Zusammenschlusses von Gewerkschaftern und anderen "Antirassisten", zu sein. Sie rufen ab heute zu "Internationalen Wochen gegen Rassismus" auf: "Islamfeindlichkeit ist die gegenwärtig an meisten verbreitete Form von Rassismus in Deutschland", lassen sie verlauten.
Nun könnte man sich über die Schlichtheit der Argumentation lustig machen (es würde wohl wiederum den Vorwurf des Rassismus nach sich ziehen), wenn die Sache nicht so politisch irre wäre. Irre, weil hier die Spitzenorganisation des Islam in Deutschland die Muslime zu Opfern von Rassismus stilisiert, ohne auch nur einen Gedanken daran zu verschwenden, wie gefährlich es ist, Begriffe auf diese Weise zu bagatellisieren. "Unter Islamfeindlichkeit verstehen wir", so im Aufruf der Organisatoren "wenn Muslime herabwürdigend beurteilt und Diskriminierungen befürwortet werden".

Das Kopftuchverbot für Lehrerinnen zum Beispiel wird in diesem Sinne als Diskriminierung gewertet und ist somit rassistisch. Der Versuch, den Diskurs über Wesen und Alltag des Islam, seiner Sitten und Auswüchse zu verhindern, indem man Kritik oder Ablehnung als "rassistisch" diskriminiert, zeigt wie weit die Islamverbände und die sogenannten Antirassisten ideologisch argumentieren. Das Schreckenswort "Rassismus" wird zum Knüppel gegen Kritik.
In den türkischen Zeitungen und dem inzwischen inhaltlich von der AKP dominierten staatlichen Rundfunk TRT werden täglich ausführliche Berichterstattungen über die angeblichen Diskriminierungen der Muslime, besonders in Europa, gesendet. Der Ton gegenüber Deutschland und Europa wird zunehmend anklagender, es scheint ein gezieltes Interesse daran zu bestehen, die Muslime aus der europäischen Gemeinschaft auszugrenzen. Täglich führt man den Landsleuten vor: Seht her, man will euch nicht.
Islamfunktionäre, die einerseits in allen möglichen staatlichen Gremien und Konferenzen sitzen und die Integrationspolitik mitbestimmen, beklagen sich wortreich darüber, in Europa ausgegrenzt zu werden.
Die türkische Tageszeitung Hürriyet schreibt täglich darüber, wie schrecklich es den Türken und Muslimen in Deutschland geht, gibt aber gleichzeitig Tipps, wie man nach Deutschland kommen kann, ohne einen Deutschkurs zu belegen. Nämlich: Man wird schwanger. Es gibt im Türkischen ein Sprichwort, das lautet: "Die Katze, die nicht ans Futter kommt, sagt, es sei verdorben." So kann man sich auch einem Dialog entziehen, indem man Kritik zu Beleidigungen umdeutet und der Bevölkerung ein Feindbild suggeriert, weil die eigenen Konzepte scheitern.
Da solche Kampagnen aus der Türkei über den regierungstreue türkischen Islamverband Ditib nach Deutschland transportiert werden, macht es Sinn, dass sich der KRM, in dem die Ditib großen Einfluss hat, sich an solchen "Rassismus"-Kampagnen beteiligt.
Irre ist es auch, weil KRM und Interkultureller Rat dann wiederum aus "rassistischer" Diskriminierung (öffentliches) Kapital zu schlagen versuchen. Rassismus ist wie Nazismus und Antisemitismus das Schlüsselwort, um zum Beispiel öffentliche Gelder zu akquirieren. Wer es schafft, Rassismus, Antisemitismus und Islamkritik und -feindlichkeit in einem Atemzug zu nennen, der steht kurz davor, seine Koranschulen und Moscheeführungen mit Mitteln aus den Fonds gegen Rechtsradikalismus zu finanzieren.
Es gibt einige Projekte, die gegründet wurden, um Aufklärungsarbeit gegen Rassismus zu leisten, die werden auf diese Weise "umgewidmet". Veranstalter, die Fortbildung in Sachen Antifaschismus anbieten, erweitern ihr Geschäftsfeld auf den Bereich "Islamophobie". Gern betonen die Muslime in diesem Zusammenhang (in anderen weniger) die Nähe zu den Juden. Man empfiehlt in dem Aufruf "abrahamische Teams aus Juden, Muslimen und Christen" in die Universitäten und Schulen zu schicken, damit sie verkünden können: "Islam bedeutet Frieden und freiwillige Hingabe an Gott."
Es wird mit Schlagworten wie "Völkerverständigung und Toleranz" versucht, einen "Schulterschluss der Opfer gegen Rassismus und Diskriminierung" herzustellen, wo es gar keine ursächliche Übereinstimmung gibt, weil die Ausgangslage grundverschieden ist. Nach dem Motto "Wir glauben alle an den einen Gott und werden von den Deutschen diskriminiert" wird eine Pseudo-Solidarität postuliert.
Natürlich müssen wir über Rassismus in Deutschland sprechen und gegen Diskriminierung vorgehen. Aber die Islamverbände sollten dabei zunächst vor der eigenen Tür kehren und kritisch hinterfragen, wie manche, angeblich so tolerante und friedliebende Muslime über die Deutschen denken. Wer mitbekommt, wie eine Gruppe muslimischer Jungen und Mädchen, Männer und Frauen unter sich über deutsche Mädchen, die Deutschen oder die Juden reden, dem wird es schlicht die Sprache verschlagen über die Ablehnung und die Verachtung, die ihm entgegenschlägt.
Nicht nur die Ausbrüche der Familie des Schwesternmörders Obeidi nach der Urteilsverkündung in Hamburg werfen ein grelles Licht auf diese Weltsicht. Eine Kampagne gegen Rassismus und Nationalismus in den Reihen der Islamverbände, eine Aufarbeitung des Verhältnisses zu Christen, Juden und "Ungläubigen", die Klärung der Verhältnisse zu den Deutschen, den Minderheiten in den Herkunftsländern, all das wäre ein Thema nicht nur für Wochen, sondern für Generationen.

NECLA KELEK kommt zum taz-Kongress am 18./19. April in Berlin. Infos unter: www.taz.de/30jahre
.

dinsdag 10 maart 2009

Onbekend, onbemind en onderschat



De Vlaamse burger kijkt met gemengde gevoelens naar Europa en dat is normaal, zegt Karel De Gucht . 'De uitdaging voor Europa - nu meer dan ooit - is de burger duidelijk maken dat Europa ertoe dóet, dat het macrobeleid microgevolgen heeft. Dat de grote woorden op Europese Toppen daadwerkelijk helpen ons uit het economische dal te halen.'
De komende drie maanden dringen tientallen kandidaten naar uw stem voor het Europese Parlement. Of beter: naar uw aandacht voor de Europese verkiezingen, die zoals gewoonlijk weer in de schaduw zullen staan van Vlaamse en federale thema's en kandidaten. Gemakkelijk zullen ze het daarbij niet hebben. Zoals ook uit de enquête van De Standaard weer blijkt, is Europa nog altijd onbekend, onbemind en vooral onderschat.
Zelfs het Europees Parlement dat - zoals ik zelf mocht ervaren toen ik er tussen 1980 en 1994 lid van was - een van de meest boeiende en meest democratisch werkende instellingen uit ons politieke universum is, laat mensen koud en boezemt weinig vertrouwen in. De burger loopt hoger op met het Vlaams parlement, de Vlaamse regering of het bestuur van zijn of haar stad.
Het lijkt paradoxaal, maar de verwachtingen voor de EU liggen desondanks vrij hoog en het gevoerde beleid wordt relatief goed onthaald. De Vlaming concludeert voorzichtig dat de invloed van de EU toch overwegend positief is en verhalen als zou Europa zich te veel moeien met ons dagelijks leven vinden bij ons geen grote afzetmarkt. Integendeel, de Unie mag zelfs meer bevoegdheden krijgen.
Deze wat dubbelzinnige houding is niet uitzonderlijk. De burger kijkt altijd met dubbele gevoelens naar de politiek, en hoe verder die van zijn eigen leefwereld afstaat, des te groter de ambiguïteit.
Ze is evenmin speciaal voor Vlamingen. De jongste Eurobarometer geeft resultaten die, voor Europa in zijn geheel dus, perfect in dezelfde richting wijzen. De meest in het oog springende trend is daarbij dat, oog in oog met de financiële crisis, het blikveld van de burger kleiner wordt. Thema's die op langere termijn doorwegen als het Europees sociaal model of het garanderen van pensioenreserves vormen niet meteen een prioriteit voor de bange burger. Het grote verhaal kan wachten, het is het hier en nu dat telt: economische groei, werkgelegenheid en koopkracht.
De uitdaging voor Europa - nu meer dan ooit - is de burger duidelijk maken dat Europa ertoe dóet, dat het macrobeleid microgevolgen heeft. Dat de grote woorden op Europese Toppen daadwerkelijk helpen ons uit het dal te halen.
Daar slagen we tot dusver niet al te best in. Met de crisissfeer is ook de desinteresse in Europa gestegen, tot maar liefst 54 procent van de kiezers die vinden dat de Europese verkiezingen hen weinig tot niets aangaan. Er wordt in de eerste plaats naar de nationale regeringen gekeken om het economische stormweer te verduren.
Communicatie moet een deel van die kloof dichten, dat spreekt voor zich. Een intense Europese verkiezingscampagne - met boegbeelden als Guy Verhofstadt en Jean-Luc Dehaene die wél het vertrouwen van de bevolking krijgen en die onverkort de Europese kaart trekken - is daarvoor een schitterende gelegenheid. Ook het Belgische voorzitterschap van de EU in 2010 zal aangegrepen worden om mensen meer bij de werking en het beleid van Europa te betrekken, actief én proactief.
Dat de EU met ingang van het Verdrag van Lissabon ook een duidelijk politiek gezicht zou krijgen, met een president en een steeds meer zichtbare Europese 'minister' van Buitenlandse Zaken, is daar een niet te onderschatten verlengstuk van.
Maar wat echt telt, meer dan de boodschappen en de beleidsmakers, is het beleid zelf. De complexiteit van de besluitvorming is onvermijdelijk. De realiteit van het gevoerde beleid is wel uit te leggen.
Nu de bevolking steeds nadrukkelijker en preciezer vraagt om economische maatregelen, moet ook Europa aantonen wat het doet om werkgelegenheid te garanderen, koopkracht op peil te houden en persoonlijke rampscenario's te vermijden.
De aanpak van de crisis in de autosector vormt een mooi voorbeeld. Onderlinge concurrentie tussen lidstaten kan nefast zijn, maar de nadruk op nationale initiatieven brengt die mogelijkheid wel akelig dichtbij. Om zo'n verhaal van eigen economie eerst tegen te gaan en de logica van de geïntegreerde markten te doen primeren is een al even geïntegreerd politiek overzicht nodig. En dat kan alleen van de Europese Commissie komen.
Die moet instaan voor de coördinatie van nationale actieplannen en haar rol spelen als clearing house voor steunmaatregelen. Tezelfdertijd kan alleen de Commissie ervoor zorgen dat Europese competitieregels en de interne markt niet bezwijken onder de nationale politieke druk.
De bestaande regelgeving over staatssteun laat ruimte voor flexibiliteit, bijvoorbeeld voor sociale of milieudoelstellingen, die door de Commissie best wat actiever gepromoot mag worden - zonder op lange termijn de marktintegratie en de competitiviteit van de sector in te perken.
De Commissie speelt nu al die rol als bewaker van de bestaande regels - en ze slaagt er tot dusver in die goed te spelen - maar zou ook een pak proactiever kunnen optreden, bijvoorbeeld door relatief kleine projecten die geen private investeerders meer vinden, maar te klein zijn om voor de Europese Investeringsbank in aanmerking te komen, te groeperen. Of door ervoor te zorgen dat steun aan de autobouwers evenwichtig gespreid wordt over al hun vestigingen en niet beperkt wordt tot het land waar de hoofdzetel zich bevindt.
Dat zou Europa in een positiever daglicht plaatsen dan alleen haar rol als strenge bewaker van de concurrentieregels - zonder die af te zwakken. Zeker in crisistijd moet je Europese solidariteit hard kunnen maken.
De Europese dubbelzinnigheid blijkt telkens weer uit peilingen.
Mensen vinden dat Europa onmisbaar is om de immense uitdagingen aan te pakken, maar zien alleen een tekort aan ideeën om dat daadwerkelijk te doen. Ze zijn sterk vòòr een sterker en socialer Europa, maar zijn niet duidelijk of eensgezind over wat dat dan juist inhoudt.
De lat moet hoger, de drempel lager.

Karel De Gucht (Open VLD) is minister van Buitenlandse Zaken.
.

vrijdag 20 februari 2009

Nieuws kun je het niet noemen, maar al sinds enige tijd begrijpt Lanoye niet meer wat er in de wereld omgaat

.
Knack, 18 februari 2009

.

Wie God beledigt krijgt de P.C.Hooftprijs,

wie Allah beledigt een proces

Benno Barnard

___________

Sinds de publicatie van hun kritische pamfletten staan Joost Zwagerman en Wim van Rooy te boek als islambashers. In een dubbelinterview bijten ze van zich af. 'De censuur en de zelfcensuur bij westerse politici, denkers en kunstenaars zijn immens.'

Zojuist verscheen van Joost Zwagerman het pamflet Hitler in de polder & Vrij van God. Daarin klaagt hij aan dat je in Nederland links bent als je op het christendom scheldt, maar rechts als je de islam bekritiseert. En vorig jaar kwam Wim van Rooy - oud-hoofdredacteur van PEN-Tijdingen, het blad van de Vlaamse PEN - met een imposante studie over Europa en de islam, De malaise van de multiculturaliteit. Een gesprek met twee islamcritici over de vraag of Tom Lanoye conservatief is, Geert Wilders onschuldig, en de islam hetzelfde als het islamisme.

_____________

Is de islam niet gewoon een mengeling van bruikbare en onbruikbare elementen, zoals de beide andere monotheïstische godsdiensten?

Wim van Rooy: Ik probeer in mijn boek aan te tonen dat de islam als jongste loot aan de stam van de monotheïsmen juist een totale cesuur betekent met het joods-christelijke denken dat eraan voorafging. In de twee eerste mono­theïs­men is een morele orde ingebakken en een seculariseringspotentie die de islam ten enenmale mist. In die zin zijn jodendom en christendom oneindig superieur aan de islam als cultuur, als religie en als ideologie. En ook al bestaat er een ultrareligieus zionisme en een evangelisch christendom, toch zijn ze klein bier vergeleken met de starheid en het fanatisme van de islam. Dat kan men elke dag constateren, al heeft de politieke en culturele elite uit een vreemd soort politieke correctheid een bord voor zijn kop. Het is een slecht gebruik onder linkse intellectuelen gecharmeerd te zijn van het totali­taire. Vandaag de dag verdedigen ze een religie die niets positiefs heeft voort­gebracht en alleen maar achterstand genereert. Progressieven van allerlei signatuur presenteren zich als een soort zelfislamiseerders. Ze leven in een irenische cultuur en kunnen zich niet voorstellen dat de islamist ook werkelijk doet wat hij zegt.

Joost Zwagerman: Oorlogvoeren tegen de westerse beschaving! De islam is star en oorlogszuchtig van nature. En dat kan ook niet anders, want de Koran is het letterlijke woord van Allah, waaraan op straffe van blasfemie niet getornd kan worden. Terwijl de Bijbel het resultaat is van de inspiratie van God, wat een ruime exegetische speling mogelijk maakt. In de westerse cultuur is dan ook altijd kritisch nagedacht. Het christendom heeft zelf de basis gelegd van de scheiding van Kerk en Staat. Het christendom predikt de universele naasten­liefde. Dat alles vind je niet in de islam. De islam gaat over onderwerping. Het ontkennen vandaag van de jihad is modieus maar dom. Jihad heeft de islam immers groot gemaakt, en men zal daar nooit vrijwillig afstand van willen doen. Voor een militaire jihad staan de Arabische regimes veel te zwak, maar er is ook een culturele, onderwijskundige, juridische en financiële jihad, er is de ideologie van de taqqiah, het bewuste bedrog, en de dhimmitude, de onder­werping van niet-moslims, waarbij het terrein via lieden als Tariq Ramadan vrij wordt gemaakt voor expansie. Er is de demografische jihad: de moslims planten zich veel enthousiaster voort dan de westerlingen. En dan is er de permanente doodscultus in de islam, zoals Hamas en vele andere groeperingen niet aflaten te demonstreren. Als ongelovige ben ik het met Benedictus XVI eens wanneer hij spreekt over de islam als een gewelddadige religie. Uit die godsdienst kan nooit een humane en liberale maatschappij voortkomen.

Is het niet logisch dat we met onze religiekritiek allereerst kritisch zijn voor onze eigen traditie?

Joost Zwagerman: Ja, maar het is doorgeslagen naar zelfverachting en politiek correcte kritiekloosheid jegens de islam. Een recent voorbeeld was een mono­loog van Jan Mulder in het druk bekeken programma De wereld draait door. Binnen de ChristenUnie, die in ethisch opzicht rechts van de traditionele christendemocratie van het CDA staat, rees de vraag of een bepaalde jonge homoseksuele politicoloog wel een hoge functie in de partij kon hebben. Mulder pleitte, zijn stem in crescendo, voor een verbod op de ChristenUnie. Bij het publiek ben je dan de getapte jongen. Als iemand dan de nuance aanbrengt dat het CDA probleemloos homo's tot minister benoemt, dat de christelijke omroepen homoseksuele tv-presentatoren hebben van wie som­migen ook echt het gezicht van die omroepen zijn, terwijl in sommige moskeeën openlijk de homohaat wordt gepredikt, klinkt er boegeroep. Als Jan Mulder zou zeggen dat we dat soort moskeeën moesten sluiten, werd hij onmiddellijk van racisme beschuldigd.

Van Rooy: Er bestaat een liberaal christendom, dat is zelfs dominant. Een liberale islam bestaat buiten de studeerkamer van een paar naïeve zielen absoluut niet. Dat zeggen ons vele Arabische denkers die nu, vaak uit angst, vooral in het Westen verblijven. Overal waar de islam sterk staat, veroorzaakt hij problemen. Als men al niet onder elkaar vecht, met veel meer doden dan in het Israëlisch-Palestijnse conflict, vervolgt men wel christenen, zoals in Egypte, of steekt men scholen in brand, zoals in Pakistan, of omarmt men De Protocollen van de Wijzen van Zion. Wie de berichtgeving uit de islamwereld volgt, gelooft zijn ogen en oren niet. Wat in die wereld allemaal gezegd en gedaan wordt, tart werkelijk alle verbeelding, of het nu gaat over Joden, vrouwen, homo's of ongelovige westerse honden. Maar de schöngeisten bij ons richten hun hautaine moralisme alleen tegen mensen die dat alles aan­klagen. Sterker nog, ze verontschuldigen diegenen die 'Hamas Hamas, Joden aan het gas' roepen en schieten op de Biedermann die meldt dat het huis in brand staat. De censuur en de zelfcensuur bij westerse politici, denkers en kunstenaars zijn immens.

Geert Wilders vergelijkt de Koran met Mein Kampf. Is dat niet extreem?

Van Rooy: De liefde was wederzijds. Hitler had een grote bewondering voor de kracht van de islam, met zijn eeuwenoude virulente Jodenhaat. Hij droomde ook al van 9/11: hij raakte in een delirium, aldus nazi-architect Albert Speer, toen hij zich voorstelde hoe de wolkenkrabbers van de Joodse wereldhoofd­stad New York door kamikazepiloten in brand zouden worden gevlogen... Hitler en de islam: één front. Mein Kampf ligt dan ook in grote stapels in de boekhandels van Cairo en Teheran. Het huidige anti-judaïsme komt uit alle poriën van het Midden-Oosten gekropen. De Protocollen van de Wijzen van Zion zijn er springlevend en met geld van de Europese Unie staan de Pales­tijn­se schoolboeken nog steeds vol Jodenhaat. Na extremistisch rechts heeft de laatste twintig jaar de linkerzijde haar duivelspact met de religie van het zwaard gesloten. De filosoof Michel Foucault verwelkomde Khomeiny als bevrijder, de communist Roger Garaudy ging over tot de islam, Jean Genet ging zijn perversiteiten uitleven in Palestijnse kampen, en politica Anja Meulenbelt (SP) en de activiste Gretta Duisenberg vinden zelfs de discrimina­tie van de vrouw blijkbaar geen punt als het om de islam gaat, laat staan dat ze zouden malen om het scanderen van anti-Joodse leuzen. Dat Wilders de Koran met Mein Kampf vergelijkt, is zo gek nog niet.

De Britse liberaal en viervoudig eerste minister William Gladstone beweerde anderhalve eeuw geleden al dat er geen vrede zou heersen zolang 'dat boek' bestond. Dat klinkt als een koloniaal geïnspireerde uitspraak.

Van Rooy: Niet alleen Gladstone was bijzonder lucide toen hij opmerkte dat er geen vrede zou heersen zolang de Koran bestond, ook Gustave Flaubert wist van wanten en Winston Churchill was misschien nog scherper: hij zei dat de islam een religie van het bloed en de oorlog was en dat 'no stronger retrograde force exists in the world'. Al deze grote Europeanen spraken profetische woor­den over de dodelijkheid van de islam, woorden waarvoor ze vandaag - zoals Wilders - vervolgd zouden worden. Flaubert schrijft in een brief: 'Ik eis in naam der mensheid dat de Zwarte Steen verbrijzeld, het gruis ervan in de wind verstrooid, dat Mekka verwoest en het graf van Mohammed onteerd wordt. Dat is de manier om het Fanatisme te ontmoedigen.' Daar is niets koloniaals aan.

Vandaag spreken schrijvers als Ian McEwan, Joost Zwagerman, H.M. Enzensberger, Pascal Bruckner en Henryk Broder dezelfde taal, maar die denkers worden door de progressieve elite onmiddellijk als conservatief of reactionair weggezet – of koloniaal, om uw woord te gebruiken.

Zwagerman: Tom Lanoye verklaarde niet zo lang geleden dat ik gewoon moest toegeven dat ik rechts was geworden. De linkse intelligentsia vindt dat je de moslims, die toch al lijden onder discriminatie, in de steek laat als je hun gods­dienst bekritiseert. Tom is een dierbare vriend, een generatiegenoot, iemand met wie ik een geschiedenis heb. Juist daarom is het voor mij zo choquerend om mee te maken hoe hij zich uitspreekt over islamcritici en prominenten met een moslimachtergrond. De manier waarop hij Ayaan Hirsi Ali heeft aangevallen! En als Mimount Bousakla lid wordt van de Lijst Dedecker, neemt hij haar dat kwalijk, omdat haar vorm van emancipatie hem niet bevalt. Het tragische daarvan is dat Tom Lanoye met deze openlijk beleden intolerantie, want dat is het, duidelijk maakt dat zelfbeeld en feitelijke politieke kleur niet meer op elkaar zijn afgestemd. Want wie is hier nu de conservatief? Dat is natúúrlijk Tom Lanoye. Terwijl hij van zichzelf denkt dat hij links en progressief is. Zoals hij tekeer is gegaan over Hirsi Ali, dat is het tragische verschil tussen zelfbeeld en feitelijkheid.

Van Rooy: Was je vroeger in de ogen van links bij de minste 'kleinburgerlijke deviatie' een fascist, dan ben je nu een racist als je kritiek uitoefent op een ideologie die een smerig mengsel van Übermenschgevoel en slachtofferisme is. De westerse elite heeft de fatwa verinnerlijkt. In 1989 kon zelfs het door Khomeiny uitgesproken doodvonnis de publicatie van vertalingen van De Duivelsverzen niet tegenhouden. Vandaag is één boze moslimstudent al voldoende om een lezing af te blazen of een uitgave ondergronds te doen gaan, zoals The Jewel of Medina van Sherry Jones. De enige moslim in het Britse Hogerhuis dreigde ermee tienduizend moslims te mobiliseren als een collega Wilders durfde uit te nodigen in een achterafzaaltje. Het bezoek ging niet door. (De Britse regering ontzegde Wilders toegang tot het land, nvdr)

Dus geen debat over dit onderwerp zonder dat Wilders mee aan tafel zit?

Zwagerman: Karel van het Reve schreef indertijd het essay De ongelooflijke slechtheid van het Opperwezen. Vervolgens kreeg hij een staatsprijs en een lintje van de koningin. De religiekritiek is in het christendom dus volledig geïnternaliseerd. Stel nu dat Geert Wilders letterlijk de woorden van Karel van het Reve had overgenomen, maar 'God' door 'Allah' en 'christendom' door 'islam' had vervangen... niemand had ze herkend, en als iemand ze wel had herkend, dan nog had men gezegd dat dit niet was toegestaan in het huidige klimaat. Wie God beledigt krijgt de P.C. Hooftprijs, wie Allah beledigt een proces.

Wilders verwoordt zijn kritiek wel erg bruut.

Zwagerman: Je moet jonge moslims steunen in het onderwijs en streven naar vrouwenemancipatie en aanvaarding van homo's binnen hun geloofs­gemeen­schap, maar daarbij moet je zeggen: u bent vanzelfsprekend van harte welkom, op voorwaarde dat u de democratische regels en wetten onder­schrijft die voor ons allen gelden, zonder uitzondering des geloofs of des persoons. Tough love. Daar kijkt links al veertig jaar schichtig van weg. En dus kapen populisten als Wilders wat van oudsher linkse thema's zijn. Rechts heeft buitengewoon listig de leegte gevuld die links heeft achter­gelaten.

Filip Dewinter zei onlangs in Knack: 'Vergis u niet: de islam is een veroveringsgodsdienst. Geef ze een vinger en ze nemen een hand, geef ze een hand en ze nemen een arm. Wat doen radicale organisaties zoals de AEL? Onze samenleving tot het uiterste drijven, kijken hoe ver ze te ver kunnen gaan: halal eten op school, apart zwemmen voor vrouwen - voor we het weten wordt hier de sharia ingevoerd. Op termijn is dat onze ondergang.' Dat klinkt nogal gechargeerd.

Van Rooy: Hoe pijnlijk misschien ook, ik ben het hier volledig met hem eens. De jihad wordt op verschillende manieren gevoerd, maar de oerchristelijk geïnspireerde Gutmensch is zich daarvan niet bewust. Hij kan zich het haat­zaaiende karakter van de Koran eenvoudig niet voorstellen. De islam europeaniseert niet, maar Europa islamiseert. Het is een groot mysterie waarom westerse intellectuelen er een masochistisch genoegen in scheppen een onderdanigheid te betrachten in verband met de islam die zij ten opzichte van het christendom nooit hebben vertoond, integendeel. Hugo Claus of later Tom Lanoye werd bejubeld toen hij het katholicisme te kakken zette, maar waag dat niet te doen met de islam. Een Nederlandse arabist heeft ooit eens gezegd dat het uitleggen van de islam aan de gemiddelde naïeve westerling gelijkstaat met het geven van seksuele voorlichting aan kleuters: ze hebben geen flauw benul.

Is dat niet de verschrikkelijkste nederlaag van links, moeten toegeven dat Dewinter op dit punt gelijk heeft?

Zwagerman: Dat heb ik al gezegd in mijn vorige pamflet, De schaamte voor links. 'Vervreemd', dat woord gebruikte ik. De socialisten zijn doof gebleven voor hun eigen achterban. Wel hebben ze bij ons bijvoorbeeld eindeloos aan het onderwijs gesleuteld, in plaats van achterstandskinderen degelijk onderwijs te bieden in de traditie van de sociaaldemocratische volksverheffing. Veel allochtone kinderen komen uit een cultuur waarin het geheugen een centrale plaats heeft. Maak daar gebruik van, en laat ze niet verdrinken in hun veronderstelde zelfontplooiing.

Van Rooy: Natuurlijk faalt links volledig, individueel en collectief. Maar zolang arrogante zelfislamiseerders als Tom Lanoye en Kristien Hemmerechts geloofd worden, zal de politieke en culturele elite wel blind blijven. Blijkbaar is de rationaliteit bij veel progressieven verdwenen, zoals dat het geval was toen ze maar bleven geloven in de Sovjet-Unie of in een Europese vorm van communisme. Nu geloven ze in een Europese vorm van islam, terwijl alle teksten van die godsdienst bol staan van het fanatisme. Voor alle duidelijk­heid: als ik die uitspraak van Dewinter billijk, weet ik natuurlijk ook wel dat zijn recente filosemitisme een daad van opportunisme is.

De avond van 11 september 2001 zag ik in Antwerpen een hoofddoekloos, bierdrinkend Marokkaans meisje dansen van vreugde. 'Ze' hadden eindelijk die smerige Amerikanen en Joden een lesje geleerd. Hoe moet het nu verder met de multicultuur?

Van Rooy: Het multiculturele samenleven is in een malaise geraakt, en elke burger ervaart dat elke dag en ziet het in zijn eigen wijk of in de grote boze buitenwereld. Van verrijking is geen sprake. De modale Belg is heus geen racist. Het is de islam die de boel helemaal verziekt. Het Vlaams Belang is er groot en de mensen zijn er cynisch door geworden: ziedaar het eindresultaat van een godsdienst die hoe langer hoe meer opdringerig wordt. In de jaren dertig van de twintigste eeuw zagen velen het gevaar van het nazisme niet en was appeasement troef, vandaag wil men het fascisme van de islam niet zien.

________________

Wim van Rooy, De Malaise van de Multiculturaliteit, acco, 2008, 424blz.

Joost Zwagerman, Hitler in de polder & Vrij van God, Arbeiderspers, 2009, 71 blz.