vrijdag 13 juni 2008

Letermes opvolger staat al klaar (De Morgen)

.
Letermes opvolger staat al klaar
door Ruud Goossens

Terwijl Yves Leterme continu met scherp bestookt wordt uit Franstalige rangen, staat Kris Peeters naar de camera's te glimlachen met Rudy Demotte aan zijn zijde
Van een grote staatshervorming is vooralsnog geen spoor te bekennen, terwijl de nieuwe regering die geleid wordt door hun boegbeeld maar niet op gang wil komen. Toch is er ook goed nieuws voor CD&V: de Vlaamse minister-president zit steeds beter in zijn vel, een nieuwe sterke man dient zich aan.
"We hebben getoond dat we met een goede ingesteldheid in staat zijn om oplossingen uit te werken." Zelf zal hij het natuurlijk niet toegeven, maar met die boutade aan het eind van zijn onderhoud met Rudy Demotte, donderdagmiddag, zette Kris Peeters zich nog maar eens mooi af van het geruzie op het federale niveau. Terwijl Yves Leterme nu al, als een kloon van Verhofstadt, superministerraden moet organiseren om de illusie in stand te houden dat er geregeerd wordt, keert de Vlaamse minister-president van een lunchafspraak in Namen terug met een bijna-akkoord over een slimme kilometerheffing voor vrachtwagens. En terwijl de premier haast continu bestookt wordt met scherp geschut uit Franstalige rangen, staat Peeters naar de camera's te glimlachen met een van de kopstukken van de PS aan zijn zijde.
Het is exemplarisch voor de flair waarmee Kris Peeters dezer dagen door de Wetstraat flaneert. Na een klein jaar aan het hoofd van de Vlaamse regering blaakt de voormalige topman van Unizo van het zelfvertrouwen. Dat valt ook steeds meer mensen in zijn eigen partij op. Natuurlijk blijft speculeren over de post-Leterme-era heiligschennis, en daar houden CD&V'ers on the record niet van, maar als het off toch gebeurt, dan valt de naam Peeters voor alle andere.
Dat blijft een huzarenstukje, want een cadeau was het minister-presidentschap vorige zomer absoluut niet. Op iets minder dan twee jaar voor het einde van de legislatuur plotseling de leiding van een vijfpartijencoalitie overnemen biedt alle kansen op ongelukken. Bart Somers krijgt nog altijd nachtmerries als hij aan zijn twaalf maanden durende avontuur op het Martelarenplein terugdenkt. Toen de liberaal, pas aangetreden, geschiedenis dacht te schrijven met zijn plan om de Olympische Spelen naar onze contreien te lokken, lag zijn geloofwaardigheid als regeringsleider meteen aan diggelen. Zijn almaar kwakkelender paars-groene ploeg presenteerde zich in juni 2004 afgepeigerd aan de Vlaamse kiezer, Somers mocht zijn boeltje pakken.
Ook voor Peeters lagen de bananenschillen klaar, zeker na de verkiezingsopdoffer voor de Vlaamse socialisten. Nadat de sp.a op Belgisch niveau uit de meerderheid werd verbannen, flirt die partij ook op Vlaams niveau met oppositiegedrag. Toen mobiliteitsminister Kathleen Van Brempt de Waalse regering begin deze week via een kranteninterview tot spoed aanmaande over de slimme kilometerheffing, wist ze perfect dat Peeters en Demotte elkaar donderdag over de kwestie zouden ontmoeten. Meer dan profilering was dat dus niet. Maar toch slaagt Peeters er voorlopig in om dat soort partijpolitieke strubbelingen binnen de perken te houden.
In tegenstelling tot Somers kwam de CD&V'er dan ook niet onbeslagen op het ijs. Als supervakminister (van Openbare Werken, Energie en Leefmilieu) vertolkte hij - en niet Inge Vervotte - de CD&V-standpunten drie jaar lang in de Vlaamse regering. Hij kent de historische achtergrond van de dossiers die op zijn bureau belanden, hij is niet zomaar om de tuin te leiden. "Op het vlak van dossierkennis is hij de evenknie van Leterme", zegt een van zijn collega-ministers. "Alleen gaat hij zelf veel actiever op zoek naar een oplossing. Leterme zei: 'En wat vinden jullie, Frank en Fientje?' Terwijl Peeters zegt: 'Frank, vind je niet dat Dirk gelijk heeft?' Daarmee staat het debat meteen op scherp." Een CD&V'er: "Hij lijdt, in tegenstelling tot Yves, niet aan de neiging om een moeilijk probleem altijd maar uit te stellen."
En, allerminst onbelangrijk, Peeters profiteert à fond van de kansen die zijn bestuursniveau hem bieden. Want het blijft natuurlijk oneindig veel makkelijker om in Vlaanderen de 'copernicaanse omwenteling' te prediken, en applaus te oogsten, dan ze op federaal niveau waar te maken. Daarom aarzelt de minister-president niet om in interviews te verkondigen dat België op termijn enkel nog bevoegd zal zijn voor buitenlandse politiek, defensie en nog een of twee andere dingen.
Zolang een Vlaams minister-president zonder openlijke premiersambities dat zegt, schieten ze in Wallonië niet in paniek. Als Leterme daarentegen tijdens een communautaire onderhandeling één Vlaamse vertegenwoordiger in de raad van bestuur van de NMBS probeert te sluizen, weet hij dat de gesprekken dagenlang dreigen vast te lopen.
Maar die wetenschap - dat Leterme het bijzonder moeilijk heeft - hindert Peeters dus allerminst. Te pas en te onpas mengde hij zich de afgelopen maanden en weken in de federale debatten. Bij de btw-rel met de federale regering bewees hij dat hij het been stijf kan houden, ook wanneer Leterme het er van op zijn heupen krijgt. Wanneer de premier in de penarie zit omdat het budget voor consultants wel érg hoog blijkt te zijn, maakt Peeters wel even tijd om in een interview te melden dat ze daar in Vlaanderen al lang gedane zaken mee hebben gemaakt. En telkens wanneer het tweede pakket van de staatshervorming op de lange baan dreigt te belanden, vindt de minister-president wel een journalist om te melden dat "zijn regering in dat geval de federale begroting natuurlijk niet te hulp zal schieten".
Waarmee we bij dat andere onschatbare voordeel van Peeters zijn aanbeland: in tegenstelling tot die van Leterme puilt zijn kas wél uit. Terwijl de federale staat constant in geldnood zit, krijgt Vlaanderen zijn budget nauwelijks nog zinvol uitgegeven. Dat is natuurlijk nét iets makkelijker.
En dus blijft het vooralsnog afwachten hoe de voormalige topman van Unizo het er in het centrum van de Belgische slangenkuil - het federale niveau - van af zou brengen. Een eerste moment van de waarheid kan deze zomer opduiken. Als het Leterme dan, tegen alle verwachtingen in, zou lukken een communautair akkoord uit de brand te slepen, dan zal Peeters voor het eerst zijn politiek leiderschap moeten tonen. Slaagt hij er dan in om ook de Vlaamse socialisten, die er geen enkel belang bij hebben om Leterme een handje te helpen, aan boord te houden? Om zijn ploeg nog even te behoeden voor de verkiezingskoorts? En dat allemaal zonder gezichtsverlies op zijn Vlaamse flank?
Hij zal er al zijn onderhandelingskwaliteiten voor nodig hebben, en die zijn volgens vriend én vijand nogal groot. Als het over toekomstvisie gaat, troeft de minister-president zijn voorganger niet af, hij blijft tenslotte een middenstander. Maar in het gelijk krijgen is Peeters, gepokt en gemazeld in het sociaal overleg, oneindig veel beter. De nieuwe minister-president is een pragmaticus, zonder harde schijf bovendien, terwijl humor en zelfrelativering hem niet vreemd zijn. Een Vlaams parlementslid: "Toen iemand van de Lijst Dedecker hem onlangs aanviel in het parlement, antwoordde Peeters: 'Blijkbaar heeft iedereen vandaag een beetje last van het warme weer.' Met zo'n kwinkslag ontmijnt hij de discussie. Dat lukt Leterme nooit."
Neen, als Yves Leterme ooit echt tegen een muur rijdt, dan staat zijn opvolger klaar. Tenzij Peeters geen federale ambities heeft natuurlijk. Tenzij dát natuurlijk het begin is van die fameuze copernicaanse omwenteling: een CD&V-boegbeeld dat definitief past voor de Wetstraat 16. Het N-VA-partijbestuur komt nu al klaar.

Ruud Goossens is chef politiek van deze krant.
.

zondag 8 juni 2008

Ik herken mijn land niet meer

.

De Standaard, donderdag 5 juni 2008

TONY MARY

Ik moet iets kwijt. De media zijn de enige die de huidige waanzin kunnen duiden en hopelijk stoppen. Ik doe een greep uit het nieuws van de laatste weken en ik doe een oproep aan alle mensen van goede wil (die ik ook persoonlijk zal aanschrijven).
Lees Christophe Deborsu in De Standaard van gisteren over de match Antwerpen-Tubeke waar gedurende de hele match 'Walen buiten' geroepen wordt en de journalist aangepakt wordt op zijn Franstalig zijn. Waar is onze minnelijkheid en ons consensusstreven? Waar is onze gastvrijheid?
Vorige vrijdag las ik dat Dilbeek, mijn geboortedorp, een 'taalbrief' stuurt naar zijn handelaars om hen te vragen hun waren niet in andere talen dan het Vlaams aan te prijzen. Wanneer slaan heethoofden de vensters stuk? Metropolitan Area Brussels, de hoofdstad van Europa? Waar is er integratie?
Na het speelpleintje in Liedekerke; de taalvoorwaarden voor het bekomen van een sociale woning, het marktverbod in Merchtem; de verplichting om 75 procent Vlaamse boeken in de openbare bibliotheek te hebben in een gemeente waar 80 procent van de bevolking Franstalig is en andere kleine pesterijen kan ik alleen maar intolerantie vaststellen.
Zet daarbij de opmerking van de hoofdredacteur van Flanders Today dat hij onder druk gezet wordt door een minister om wat hij geschreven heeft en die hem - en ik citeer Derek Blyth - 'agressief en bedreigend' behandeld heeft. Hij stelt zich vragen bij zijn journalistieke onafhankelijkheid.
Ik voel mij alle dagen minder goed. Ik word alle dagen ongeruster. Het klinkt hard, maar de vergelijking met 1932 is toch niet ver. We hebben een vijandsbeeld gecreëerd: dé Waal. We krijgen bijna knokploegen en we worden aangesproken op ons gedrag (onlangs sprak ik Frans in een Gents restaurant; ik kreeg een schouderklopje en er werd mij gevraagd waarom ik als Vlaming Frans sprak - moet er nog zand zijn).
Ik ben niet meer verbaasd dat The Herald Tribune spreekt over pacific ethnic cleansing (maar volgens Peter De Roover, de politiek secretaris van de Vlaamse Volksbeweging in De Zevende Dag, hebben we dat ook verkeerd begrepen). Er lijkt veel te veel slecht begrepen vandaag en dat kan alleen maar betekenen dat er iets aan de hand is, dat het niet goed is. Wat er ook van zij - if perception is reality - dan heeft ons imago een flinke deuk gekregen. En de schuld daarvan bij de Walen leggen, zoals minister Geert Bourgeois (N-VA) recentelijk deed, is er wat mij betreft lichtjes over.
Wie begrijpt die mensen nog/wie gelooft die mensen nog. That is the question.
Laat ons stoppen met onze dogmatische aanpak, met onze emoties voor onze ratio te zetten, met ons te baseren op clichés. Laat ons gezond verstand en ons ingeboren streven tot consensus weer zegevieren. Ik doe een oproep dat allen die het goed menen het huidige opbod stopzetten en dat we ons weer gaan bezighouden met de belangrijke zaken van het ogenblik. Het sociaal-economische en het demografische. Daar zullen we al genoeg werk mee hebben.

Tony Mary is lid van denkgroep België Anders en een ongeruste burger die zijn land niet meer herkent

Quality Controlled !

Het gebeurt iedereen wel eens: je hebt een schitterende gedachte maar je weet die niet kernachtig onder woorden te brengen. Iets dergelijks moet een kleine twee en een half duizend jaar geleden zelfs Aristoteles zijn overkomen, want die grote man debiteerde toen plots en geheel ongevraagd een nogal duistere uitspraak, die wij ondertussen allemaal kennen: Kwaliteit is geen toneel. Het is een gewoonte. Ik trof hem toevallig aan op de Nederlandse site adviesovermanagement, waar dat citaat helemaal bovenaan prijkt. Deze site richt zich enkel tot een select deelpubliek. De kleine man, met zijn confectiepakkie an uit het oude cabaretliedje heeft er weinig te zoeken, want hij is op maat gesneden voor decision makers en managers, mensen dus die over weinig tijd beschikken en steeds maar voort moeten maken. In hun jachtige bestaan, dat kan ik mij inbeelden, voelen deze lui vaak speciale noden die gewone stervelingen weer niet hebben. Zo wordt er nu en dan een stimulerend woord van hen verwacht, en dat ligt niet altijd gereed, en zij hebben niemand om op terug te vallen, want het is eenzaam aan de top.
Een gevoel van verlatenheid wellicht, misschien vergelijkbaar met wat je voelt als je ergens landt, en je bagage blijkt op een ander vliegtuig te zitten. Op zulke momenten is een kant-en-klaar aangereikte gedachte, een frisse inval aanlokkelijk. En net dat heeft advies-over-management.nl te bieden.
Toen ik echter uit curiositeit op die site begon te lezen en daar zag staan: Kwaliteit is geen toneel. Het is een gewoonte (hun eerste citaat zoals gezegd) rook ik meteen onraad, want dat klonk zo raar uit de mond van Aristoteles. Ik zocht een beetje op Google om de plaats te vinden waar Aristoteles dat gezegd mocht hebben, maar vond niets. Mijn zoekvernuft botste als het ware op een muur.

Gelukkig viel mij op dat moment een methode in, die in de wetenschap wel eens haar nut bewijst, en die ook politiemensen, en wellicht zelfs de mensen van de binnenlandse veiligheid al eens aanwenden als zij op een verdacht dood lijk botsen. Wij spreken hier over de methode der retrograde analyse, ook aan schaakspelers niet onbekend maar dat zou ons te ver voeren. Het komt hierop neer: op hoeveel manieren kan een bepaalde, ongewone situatie zijn ontstaan? En wat is de meest waarschijnlijke, of misschien zelfs noodzakelijke en dus enige manier?
Ik besloot nu om de bewuste zin retrograde naar het Engels te vertalen, immers de managementstaal bij uitstek, en googlede vervolgens verder met de termen “quality”, “theatre”, “habit” en vanzelfsprekend “Aristotle”. Ook dat leverde niets nuttigs op, al heeft Aristoteles wel een en ander verteld over theater.

Bijna in wanhoop begon ik mijn zoektermen nu geleidelijk te vervangen door “excellence”, “virtue”, “to act”, “acting” en aanverwante. En ja, plots had ik het: www.mikrosapoplous.gr, met daar de hele Ethica Nicomachea van Aristoteles.
Ons interesseert voor het moment Biblion II.
Helaas nu, er bleek dat de mensen van adviesovermanagement.nl het Grieks wellicht helemaal niet, en het Engels niet goed hadden gelezen of verstaan, en zodus nog slechter hadden vertaald.
Ik moet bijgevolg iedereen afraden om van die site nog gebruik te maken.

Aristoteles hééft het in zijn Ethica, Biblion II namelijk niet over toneel of over kwaliteit, maar wel over het deugdzaam menselijk handelen. Eén van zijn beweringen is bijvoorbeeld dat je niet tot iemands deugdzaamheid kunt besluiten, nadat je hem één keer een deugdzame daad hebt zien stellen. Hij geeft volgend voorbeeld niet, maar dat doet er niets van af: ook een doortrapte boef kan één keer een drenkeling uit het water halen zonder daarom een deugdzaam mens te worden.

Je kunt iemand pas deugdzaam noemen, zegt Aristoteles verder, als hij puur uit gewoonte deugdzaam handelt, een kwestie van opvoeding of dril dus, niet zozeer van aanleg …  ἡ δ᾽ ἠθικὴ ἐξ ἔθους περιγίνεται (hè d’èthikè ex ethous periginetai) .…terwijl deugdzaam handelen voortkomt uit gewoonte.
Marc Vanfraechem
.