zaterdag 28 juni 2008

Al-Qaeda had hij trouwens al afgeschaft

.
De Standaard
Binnenland
zaterdag 23 februari 2008

.
'Verwar dit niet met Al-Qaeda'

GENT - RIK COOLSAET, hoogleraar internationale politiek Universiteit Gent. Abdelkader Belliraj behoorde tot de eerste generatie jihadterroristen in België. Rik Coolsaet zoekt uit hoe hij in het terreurplaatje past.
Het staat nog lang niet vast voor wiens rekening de in Marokko opgepakte Marokkaanse Belg Abdelkader Belliraj werkte. Uit de chronologie van zijn activiteiten kan professor Rik Coolsaet toch afleiden in welke context hij dat deed.
Was Belliraj niet erg vroeg actief?
'Nee, want België is, na Frankrijk, het eerst geconfronteerd met religieus geïnspireerd terrorisme. Van in de jaren tachtig vonden terroristen die door het Iran van ayatollah Khomeiny waren gesteund, in België een basis voor acties in Parijs. In de vroege jaren negentig, met de burgeroorlog in Algerije, werden we geconfronteerd met steuncellen van de Groupe Islamique Armé (GIA), in België en Frankrijk. Zij trokken de straat op om daar of aan de universiteiten contacten te leggen met mensen uit migrantengemeenschappen. Doordat hier al zo vroeg terroristen actief waren, kon de federale politie al snel proberen om greep te krijgen op de terreur, wat hielp om vanaf 1992 de GIA te bestrijden.'
Wat betekent het dat Belliraj zou zijn betrokken bij de moord op de rector van de Grote Moskee in 1989? Kwam het meteen tot sektarisch geweld?
'Dat de rector kritiek had op de fatwah die Khomeiny had uitgesproken tegen de Britse schrijver Salman Rushdie, sterkt de hypothese dat Belliraj, indien hij de moordenaar was, deel uitmaakte van een door Iran gesteunde cel. Sektarisch geweld is heel typisch voor jihadterrorisme. Jihadi's maken voortdurend ruzie onder elkaar en gaan dan elkaar bestrijden. Dat verklaart waarom ze zoveel doden maken onder moslims.'
Moest Belliraj overvallen plegen om de terreur te financieren?
'Voor zover we weten dateren die overvallen van veel later. De meeste terroristische groepen moeten de criminaliteit in om aan geld en wapens te raken. Dat was zeker zo voor de GIA. In de tweede helft van de jaren negentig tot 2001 kwam er wel geld vanuit het netwerk van Al-Qaeda. Tevoren bestond dat niet, na 2001 hield het weer op. De huidige jihadi-groepjes opereren elk apart en vooral zeer amateuristisch.'
'Wat zich vandaag Al-Qaeda noemt, is zeker geen monoliet. Ze zijn onderling erg verdeeld, ideologisch of door hun machogedrag. Maar wie zich het Al-Qaeda-etiket kan opkleven, lijkt wel plots erg cool. Zo heeft de salafistische GSPC, die laatst bomaanslagen pleegde in Algerije, zich omgevormd tot Al-Qaeda van de Islamitische Maghreb, waardoor zijn fel uitgedunde rangen plots erg zijn aangezwollen.'
.
(mr)
.

Idem per idem

.
De Standaard

Opinie

maandag 25 februari 2008
.
SOLIDARITEIT

Ik wil graag geloven dat de mens van nature goed is, maar in zijn auto verliest hij die aanleg onmiddellijk. De twee dagen smogalarm van vorige week vervullen mij nog steeds met afschuw. Omdat het één grote demonstratie was van mateloos egoïsme. De auto is een perfect alibi om dat egoïsme in alle anonimiteit te laten zien. Wandelend door de openbare ruimte, zonder carrosserie, doen de meeste mensen alsof ze sociale wezens zijn, want egoïsme siert niemand, maar op de weg, zonder naam en gezicht, tonen ze hun ware zelf.
Vorige week leek de Apocalyps weer eens nabij. Andermaal prachtig weer, een staalblauwe hemel en windstil, maar het was helemaal niet gezond om buiten te zijn. Is de opwarming van de aarde niet even fataal als een ziekte met de dood tot gevolg?
Ik had gedacht dat na de hype rond milieuproblematiek mensen hun gedrag vanzelf zouden veranderen. Niet dus.
Wat maandag en dinsdag aan 130 km per uur aan mij voorbij racete? Een doorsnee van de samenleving: moeders met kinderen op de achterbank, mannen in pak, oma's alleen onderweg. Al die stofdeeltjes in de lucht konden hen blijkbaar niets schelen. Een volkswagenbusje met 'eco waterzuiveringsinstallaties' haalde me aan topsnelheid in, en daarna een busje waarop in antroposofische letters 'moeder Aarde' geschreven stond.
Iedereen meent een reden te hebben om zich niet aan het smogalarm te houden, en hoe meer mensen dat menen, hoe meer mensen zonder na te denken volgen. De massa is zo godvergeten gedachteloos. Men voelt zich misschien verbonden met elkaar omdat men de regels gezamenlijk aan de laars lapt, zoals vroeger op school. Wat een infantiel verzet.
Ook als je geen dichter bent, zou je kunnen bedenken dat de lucht die we inademen ons allen bindt. Zuurstof is het meest universele principe, een levensvoorwaarde. Als de verontreiniging daarvan niet leidt tot solidariteit, wat dan wel? Samen de wereld naar de knoppen helpen, dat lijkt wat de weggebruikers bindt.
In de politiek is het begrip solidariteit omstreden. Enerzijds meent men dat solidariteit de cohesie van een samenleving bevordert, doordat zij de gemeenschapszin stimuleert. Anderzijds wordt wel eens gesteld dat door overwegingen van solidariteit de autonomie van de mens geweld wordt aangedaan; in die visie zou hij juist zijn beslissingen altijd op persoonlijke gronden moeten nemen. Beleeft de mens die met 130 km alle smogalarms negeert zijn autonomie? Is egoïsme een loflied op de individualiteit?
Een optimistische professor beweerde zaterdag in deze krant dat het hoopgevend is dat wat betreft de opwarming van de aarde het mondiale inzicht groeit dat we allen tezamen in hetzelfde bad zitten en dat we er samen iets aan moeten doen. Ook de Amerikanen en Chinezen beginnen dat nu in te zien. Daar groeit volgens de professor stilaan een kosmopolitisch wereldbeeld. Wat heeft mondiaal inzicht voor zin als geen individu wil meewerken?
Op de radio wordt tijdens het smogalarm geroepen waar de snelheidscontroles precies plaatsvinden. Ik word er niet goed van. Radio 1 nog wel. Wij zullen jullie vertellen waar jullie op het gaspedaal moeten drukken. Die stofdeeltjes maken geen moer uit. Ik verafschuw die massale domheid, dat defaitisme.
Dat ze zich niet kapot schamen om mij toeterend van de weg te drukken omdat ik negentig rijd. Die afwezigheid van schaamte is voor mij het bewijs dat mensen in auto's hun menselijkheid verliezen. Zo'n vrouw met zonnebril op en telefoon aan haar oor, met drie schattige kinderen op de achterbank schiet voorbij, heeft ze wel eens ergens over nagedacht?
Aan 90 km per uur voel ik me een naïeveling die nog in sprookjes gelooft. Maar liever dat dan cynisch zijn.
Ik zou voor een absolute nultolerantie zijn. Overal flitspalen zetten en snelheidsovertreders bij smogalarm extra zwaar beboeten. Niet om mensen te betuttelen, maar simpelweg om het milieu te sparen. Mensen die weigeren verantwoordelijkheid te nemen moeten met strenge hand worden opgevoed. En met het opgestreken geld van die smogboetes kunnen we investeren in een gezond milieu. Smogdagen zouden dagen van solidariteit zijn, van inkeer. In het beste geval worden smogalarmdagen in de toekomst pure folklore. Ze zullen ons herinneren aan een keerpunt in de geschiedenis. Het punt waarop de mensheid met zijn vervuiling is gestopt. Een internationale feestdag dus eigenlijk.
Zolang dat niet het geval is blijf ik voortaan met smogalarm liever thuis. Niet zozeer om het milieu te sparen, maar om me niet te hoeven ergeren aan al die egoïsten op de weg.

Oscar van den Boogaard is schrijver. 'De man op de maandag' verschijnt wekelijks op maandag.

maandag 23 juni 2008

In Franstalige kranten lees je soms nog eens wat

.
Violée en pleine gare


Lola, 21 ans, a été agressée par deux hommes. Des navetteurs ont vu mais n'ont pas réagi

SAINT-GILLES C'est un père indigné, écoeuré, scandalisé qui nous parle. "Ma fille a été violée gare du Midi. À Bruxelles. Capitale de l'Europe. En toute impunité."
C'était le 12 juin. "Ma fille revenait de Waterloo. Il était 21 h. À sa sortie de train, elle s'est dirigée vers le Bancontact." Un endroit de passage. C'est pourtant là que le drame s'est déroulé.
"En plein milieu d'une gare. Mais comment est-ce possible ?", poursuit le papa de Lola, 21 ans. "Deux hommes lui ont reproché de ne pas porter le voile. Ma fille est jolie. Elle est blonde aux yeux bleus."
Tout s'est ensuite passé très vite. "Un des agresseurs a sorti un couteau. Ma fille a été plaquée contre le mur du Bancontact. Le couteau sous la gorge, un des gars l'a violée. L'autre a regardé."
Il était 21 h. Il fait encore clair dehors et la gare est loin d'être vide. "Des gens sont passés. Ma fille est certaine d'avoir vu au moins trois personnes. Aucune ne s'est arrêtée pour la sauver."
Le viol terminé, les agresseurs sont partis, tranquilles. "C'étaient deux Nord-Africains. Ils n'avaient même pas de cagoules. Et ne me dites pas que je suis raciste parce que je vous donne leur origine ! Ma fille a été violée car elle ne portait pas de voile. Ça, c'est la réalité !"
Lola s'est rendue chez son amie. "Dois-je vous dire dans quel état elle était ?" Quelques minutes plus tard, la jeune femme était hospitalisée.
Bien évidemment, une plainte a été déposée. "Les policiers ont été très professionnels. Les vêtements ont été saisis. L'ADN a été prélevé."
Mais, hélas, les coupables courent toujours... "Suite à la mort de Joe Van Holsbeeck, on avait crié haut et fort qu'il allait y avoir plus de sécurité dans les gares. Vous avez la preuve avec ma fille que rien n'a changé. Il n'y a pas de caméra aux quatre coins de la gare du Midi qui est quand même une des gares les plus fréquentées."
Marc est amer. "Je n'en peux plus de cette Belgique où tout est permis. On laisse comme ça des zones de non-droit à des jeunes à la dérive. Ces violeurs ne voulaient qu'une seule chose : abuser de ma fille, la posséder et la dénigrer car elle n'était pas comme ils entendent que les jeunes filles soient... C'est une honte."

Emmanuelle Praet
© La Dernière Heure
20/06/2008
.

________________________

De Standaard, hoor ik nu, bracht een verslag op zijn regionale bladzijden in de editie Brabant, en ook online is onderstaande tekst te zien.
Zulke discretie zorgt er natuurlijk voor dat 99% van de Vlamingen niéts te zien krijgt.

Regio
U bent nu hier: Home | Nieuwsportaal | Regio
Laatste update: dinsdag 24 juni, 11u54
zaterdag 21 juni 2008

Verkracht in vol Zuidstation
Vader slachtoffer woedend om uitblijven bewakingscamera's

BRUSSEL - Een 21-jarige vrouw is gisteravond in het Brusselse Zuidstation door twee jonge kerels tegen een betaalautomaat geduwd en verkracht. Volgens het slachtoffer zijn zeker drie reizigers voorbijgekomen, maar niemand heeft geprobeerd haar te helpen.
Lola stapte rond 21uur in het Zuidstation van de trein uit Waterloo. Zij begaf zich naar een geldautomaat toen plots twee jonge kerels haar op dreigende toon vroegen waarom ze geen hoofddoek droeg zoals het hoorde.
'Moet je weten: mijn dochter heeft blond haar en blauwe ogen, dat is dus helemaal geen Noord-Afrikaans uiterlijk. Het was die twee kerels gewoon te doen om haar te intimideren, zodat zij haar vervolgens makkelijker konden misbruiken', zegt Marc, de vader van Lola.
En dat is helaas ook gebeurd. Een van de kerels haalde een mes te voorschijn en drukte Lola het lemmet tegen de keel. Vervolgens heeft hij de jonge vrouw tegen de muur geduwd en haar verkracht terwijl zijn vriend toekeek en erover waakte dat niemand tussenbeide zou durven komen.
'Niemand heeft de moed gehad om mijn dochter uit de klauwen van het tweetal te redden', vervolgt vader Marc woedend. 'Volgens Lola zijn nochtans zeker drie mensen voorbijgekomen, maar niemand heeft ook maar aanstalten gemaakt om te stoppen. Om 21uur is het in deze tijd van het jaar nog verre van donker en het Zuidstation ligt er zeker nog niet verlaten bij. Waarom heeft iedereen mijn dochter aan haar lot overgelaten?'
Ook bij Marc roept de brutale aanranding op zijn dochter de roofmoord op Joe Van Holsbeeck op, de jongeman die op 12april2006 in het Brusselse Centraal Station werd doodgestoken om hem van zijn mp3-speler te kunnen beroven. 'Ook dat gebeurde terwijl reizigers voorbijkwamen. Ook toen vond niemand het nodig om het slachtoffer te helpen. Ik vind dat weerzinwekkend. En ik steek bij deze een beschuldigende vinger uit naar de Belgische overheid, die niets doet om dergelijke drama's te voorkomen. Na de moord op Joe Van Holsbeeck werd in alle toonaarden beloofd dat het aantal bewakingscamera's in openbare gebouwen, zoals spoorwegstations, snel vermenigvuldigd zou worden. Het zijn eens te meer loze beloften gebleken. Hadden er camera's geweest in het Zuidstation, dan hadden die de ongemaskerde verkrachters van mijn dochter herkenbaar op beeld vastgelegd. Maar omdat het bij woorden is gebleven, hebben die kerels na hun wandaad rustig het station kunnen verlaten'.
Het slachtoffer werd in een ziekenhuis opgenomen en heeft klacht ingediend. De politie heeft onder meer haar kleren in beslag genomen en alles gedaan om zoveel mogelijk DNA en ander bewijsmateriaal tegen de daders op te tekenen. Maar van een spoor naar de verkrachters is tot dusver nog geen sprake.

Yves Barbieux
.

zondag 22 juni 2008

Vermeersch vermorzelt de kleine Pinxten

.
Het antwoord hier onderaan, van Etienne Vermeersch, op een onnozele belediging van Pinxten aan zijn adres, zou in een normaal intellectueel discours moeten volstaan om die geestelijke dwerg Pinxten verder buiten beschouwing te laten. Nochtans, telkens als deze jongen iets afscheidt wordt dat door de Kwaliteitskrant weer afgedrukt.
Op café heeft Pinxten, toen hij nog student was, mij eens in alle ernst willen wijsmaken dat hij de Principia Mathematica van Russell had gelezen... terwijl ik zeker wist dat hij zelfs met een kwadraats-vergelijking de grootste moeite zou hebben.
Laat ik, ter verdere introductie van onze figuur, deze kwestie inleiden met de woordelijke transcriptie van een stukje van een gesprek, dat Rik had in "Titaantjes", het radioprogramma van Pat Donnez op Radio1, enkele jaren terug.
Donnez stelt zijn gast aan de luisteraar voor met een, toegegeven, wat platte captatio benevolentiae, en de arme Pinxten voelt zich direct in zijn sas... die jongen zal ook nooit nattigheid voelen:

PD: [U bent] een elegante verfijnde aristocraat…
RP: Aristocraat dat weet ik niet, ik ken ook geen aristocraten.

PD:
Geestelijk aristocraat!
RP: Geestelijk wel, dat kan ik mij inbeelden, ja, om te beginnen toen ik …


Genoeg gelachen, laten wij deze geestelijke aristocraat zelf iets vertellen:


Tom Lanoye en de vrijzinnige humanist

door Rik Pinxten

Kant en Voltaire zijn Europese denkers van twee eeuwen geleden. Wat kunnen we bieden met een inclusieve en open opstelling in de gemengde wereld van vandaag?
Rik Pinxten plaatst de Immanuel Kant van Etienne Vermeersch terug in zijn historische context.

Tom Lanoye is een begenadigde schrijver en spreker. Als academicus, die zich ook graag genuanceerd maar duidelijk wenst uit te spreken in maatschappelijke discussies, wil ik hier mijn bescheiden bijdrage doen. Ik doe dat als wetenschapper in het domein van cultuur en religie (antropologie, multiculturalisme, fundamentalisme en dat soort fraaie termen meer) en als voorzitter van de grootste vereniging die spreekt en ageert namens de humanisten, namelijk de Humanistisch-Vrijzinnige Vereniging (vroeger Humanistisch Verbond).

Ik voel me geroepen om Tom Lanoye bij te vallen (Lanoye pleitte in twee opiniestukken tegen de Antwerpse hoofddoekenregeling; Etienne Vermeersch verdedigde die, met Kant in de hand, red.). Hij heeft die steun niet nodig, maar de mensen voor wie hij opkomt, wel. De verlichting en haar filosofen vormen zonder meer de basis voor onze Europese moderniteit. Of wij nu Kant of Voltaire of een andere denker van twee eeuwen geleden aanhalen, de Engelse of de Franse of de Duitse tradities (in Vlaanderen viel en valt niet zo heel veel te rapen wat die traditie echt creatief voortzette, op enkele recente denkers als Apostel, Dethier of Kruithof na), het is toch goed om ook dat denken even in de tijd te kaderen: dit zijn Europese denkers van een goede twee eeuwen geleden, die redeneerden over de wereld als een toppunt van beschaving in de eigen hof en wat irrationeel gerommel (of erger prerationeel gepruttel) in de rest van de wereld.
In goede koloniale stijl dachten de meeste van die verlichte geesten toch ook als kinderen van hun tijd en plaats. En dat is niet meer dan normaal, want het waren uiteraard mensen en geen zich openbarende goden. Islam, boeddhisme en de honderden andere tradities van de wereld bestonden niet (of niet op een belangrijke manier) in hun geestelijke horizon, laat staan dat ze in staat zouden zijn geweest om die tradities als iets anders dan vreemd of primitief te beschouwen. Of beter, die andere tradities die dus niet uit de context van de Middellandse Zee kwamen waren te weinig bekend om ernstig te kunnen worden genomen. Dus werden ze vlotjes als mindere vormen van die laatste afgedaan.
Volgens de eminente humanistische moslim M. Arkoun, met zijn aanhoudende diepgaande en oprecht ontzagwekkende analyses van de wederzijdse onkunde van christendom en islam en de bijkomende manifeste bijziendheid van beide over hun eigen geschiedenissen, is zelfs sinds de opgeblazen historische futiliteit van de slag bij Poitiers (732: 'het christelijke Europa verslaat de islam', met de genaamde Karel Martel als held) de wederzijdse kennis onbestaande. In de geschiedenisboekjes van heel Europa staat die slag bekend als 'overwinning door het christendom', en dat is een geschiedenisvervalsing. Christelijk Europa bestond eenvoudigweg niet, laat staan dat het 'DE islam' zou hebben verslagen. Dat is een uitgekiende vorm van brainwashing. Om onze superioriteit te kunnen hoog houden tegenover de eigen bevolking in Europa, en om het vijandbeeld ten aanzien van een agressief en barbaars Westen te ondersteunen voor de moslimgroepen. Kennis is in geen van beide regio's te bespeuren sindsdien. Vooroordeel des te meer. Dat zeg ik niet, maar wel specialisten die over die materie al jaren grondige en intelligente onderzoekingen voeren.
Ik vermeld dat alles niet om pedant te doen en te laten zien wat ik allemaal weet. Wel om duidelijk te maken dat het goed is om, ook in Vlaanderen, de discussie op niveau te voeren en zo stompzinnige want blinde zelfoverschatting bij zichzelf en systematische vernedering bij de 'tegenpartij' te vermijden. Ik vind beide fouten namelijk vermijdbaar vanuit een zelfs elementair humanistische houding.
De lezer zal me moeten verontschuldigen dat ik nog even zo doorga: vandaag, twee eeuwen na de zeer zinvolle maar tijdsgebonden voorstellen van de verlichtingsdenkers, zitten we met een sterk gewijzigde wereld. Europa of het Westen zijn niet (lang) meer de navel van de wereld, laat staan de voortrekkers voor de rest van de mensheid. Ontwaken kan een beetje pijnlijk zijn, maar de kritische rede gebiedt ons om niet slaapdronken of in een roes over de eigen superioriteit te blijven zitten, terwijl de wereld resoluut in andere richtingen schijnt te marcheren.
Al ooit gehoord van de discussies in Latijns-Amerika, die Bush zelfs gedoogt bij gebrek aan macht? Dat gaat allang niet meer over christendom, of over onze economische moraal, maar wel over inclusie en bestaan als een nieuwe maatschappelijke orde. Of, over de ontwikkelingen in het politieke Afrika van de miljoenensteden zonder voorzieningen (type Kinshasa), of de vormen van 'ontwaken' bij door ons primitief gewaande groepen? Dat zijn fascinerende ontwikkelingen, die, met de manifeste aftakeling van onze macht (economisch, politiek en ook stilaan militair) in een razendsnel zich ontwikkelende wereld, ons dringend moeten aanzetten om te zoeken naar een moraal en een oprechte praktijk van herverdeling en respect voor diversiteit. Dat is mijn aanvoelen, en niet meer dan dat.
Misschien heeft Tom Lanoye dat ook aangevoeld met zijn verblijf in Zuid-Afrika, niet als toerist maar als (deeltijds) inwoner. Daarom kan hij vermoedelijk ook de reflex van de kerktoren gemakkelijker afleggen dan anderen: de oplossingen die wij lokaal hebben uitgewerkt en die inderdaad voldeden in een periode van 'monoculturele maatschappij' (minstens een millennium van ingegraven christendom voor we aan de verlichting toekwamen) worden vandaag tenminste opnieuw ter discussie gesteld. En dat is maar goed ook. Anders zouden we misschien nog gaan denken dat onze nobele kritische voorzaten een nieuwe onfeilbare Heilige Schrift hebben geschreven, die nu en voor altijd moet worden aangehouden.
Mijn voorstel is om onszelf af te vragen wat we kunnen bieden met een inclusieve (nieuw, onbekend in de vorige eeuwen), open (niet-absolutistisch, niet-dogmatisch) en tegelijk medemenselijke en redelijke opstelling in die nieuwe, geëvolueerde en onherroepelijk gemengde wereld van vandaag. Noch de pezewevers van een premodern christendom, noch de devote volgelingen van een andere premoderne religie, noch de aanhangers van een simpel reductionistisch sciëntisme hebben afdoende of eeuwigdurende antwoorden.
Persoonlijk hecht ik de meeste waarde en heb dus ook de grootste verwachting bij een kritische houding, met daarbij een gewogen erkenning van wetenschappelijke kennis als de meest betrouwbare kennis die we toch nog toe als mens ontwikkelden. Dan is het volgens mij meteen ook zelfkritisch om in te zien dat wetenschap niet kan zeggen (en misschien nooit zal kunnen zeggen) wat ik existentieel ben of kan of niet kan, wat de zin of zinloosheid van leven, dood, geluk of leegheid is. Daar kan ik wel mijn verstand proberen gebruiken, maar hopelijk minstens evenveel mijn gevoel en mijn sociale en interculturele vaardigheden. En daar kan de kunstenaar ons met zijn taal en haar vorm van zien wegen aanwijzen en ons vaardig maken.
Ten slotte, als onderzoeker en als humanist, moet me nog iets van het hart: mensen decent behandelen en de manifeste en groeiende ongelijkheid in de wereld bekampen kost. Dat kost in de eerste plaats aan degenen die aan de andere kant van de ongelijke balans staan, de rijken. Aan ons, dus. De toenemende armoede, waarover rapporten van de VN-organisatie voor ontwikkeling (UNDP) gaan, toont duidelijk hoe wij blijven roven in de arme landen, maar ook via de zo geprezen neoliberale politieke strekking de armoede in onze eigen streek laten groeien en bovendien toenemend criminaliseren. De zogenaamde 'probleemgroepen' waarvoor Lanoye het opneemt, behoren in grote mate tot die nieuwe armen, en dat is echt niet te wijten aan hun godsdienst. Daarover is de literatuur over de nieuwe uitsluiting genadeloos scherp voor de moraal, de politiek en de laksheid van de rijke groepen, ook bij ons. Me dunkt dat elk moreel denkend mens zich daarover onbevangen en geëngageerd moet buigen. Ik apprecieer de oproepen van Lanoye om dit eerlijk bezig zijn met een herverdelende en rechtvaardiger wereld als een eerste stap in die richting. Ik denk persoonlijk niet, na vele jaren studie terzake, dat we pasklare oplossingen hebben om die noodzakelijke herverdeling tussen rijk en arm, hier en in de rest van de wereld uit te werken, maar we kunnen er ten minste een start mee maken. Dat we (nog) geen valabele oplossingen hebben is op zich niet erg, zolang we onbevooroordeeld en niet veroordelend willen zoeken naar gepaste samenlevingsvormen in deze nieuwe leefsituatie.
En, oh ja, de seculiere maatschappij: dat vergt een apart stuk. Maar laat ik dit nog zeggen: als humanist denk ik dat de open zoektocht die hierboven verdedigd wordt volgens mijn begripsvermogen de zoektocht naar een hedendaagse opvatting van seculiere vormen van samenleven is.
Rik Pinxten is gewoon hoogleraar antropologie en studie van religies (UGent) en landelijk voorzitter HVV. Hij publiceerde o.a. Goddelijke fantasie (2000) en De strepen van de zebra (2007).

DS, publicatiedatum : 2007-05-15
Sectie : Opiniemakers

_________________

Antwoord van Vermeersch

________________


Het hoofddoekendebat, kan het ook correct en fatsoenlijk?

door Etienne Vermeersch

In mijn persoonlijke omgang met mensen heb ik nooit iemand wegens zijn wereldbeschouwing onvriendelijk behandeld. Dat hoeft mij niet te beletten maatschappelijke problemen op een rationele wijze te bespreken
Etienne Vermeersch reageert op de kritiek op zijn persoon

'Bedankt. Ik zal eerlijk met je zijn. Toen ik je mail gelezen had, kreeg ik tranen in mijn ogen, ik kan het niet geloven dat ik als moslima niet de nodige kennis heb om in debat te gaan met jou. Dankzij jou elhamdoelillah ben ik nog meer bereid om zoveel mogelijk bij te leren over mijn godsdienst. Ik beloof het je, zodra ik er klaar voor ben, zal ik insha allah weer contact met je opnemen. Ik dank je alvast voor je mail. Wa salamoe aleykoem."

Dat is een typisch uittreksel uit mails die ik terugkrijg na met moslima's in debat te zijn gegaan over hun godsdienst. Staat dat niet mijlenver van de grofheid van Tom Naegels (DM 16/5)en de betweterigheid van Rik Pinxten (DM 15/5)? En denkt men werkelijk dat ik zo'n antwoord zou krijgen als ik zelfs maar van ver leek op de persoon die Tom Naegels schetst?
Ik moet hier in een kort bestek antwoorden op een hele reeks kritieken.
1. Kant. Als ik de "gulden regel" bespreek, verwijs ik naar Confucius, heb ik het over de "Samaritaanse naastenliefde", dan citeer ik het evangelie van Lucas, in verband met de eis tot universaliseerbaarheid van gedragsregels, vermeld ik Kant. Wie mijn publicaties kent, weet dat ik geen enkel dogma aanvaard, ook niet deze principes: bij elke toepassing moet een rationele motivering verstrekt worden. Dat is echter niet mogelijk in een beknopt krantenartikel. De discussie van Rik Pinxten over Kant en andere verlichtingsdenkers is dus naast de kwestie.
2. De wezenlijke vraag is of het in deze context zinvol is naar algemene regels te streven. Tom Lanoye ziet daar het belang niet van in (DM 7/5): hij wil een debat over iedere individuele toepassing: "Waarom is een hiv-lintje niet te tolereren?" Wel, ik zal het eenvoudig uitleggen.
Je staat voor een rood licht in volle polder. Links en rechts, kilometers ver, is er geen auto te bespeuren. TL vraagt: "Hoe beargumenteert een moraalfilosoof dat je hier niet door het rood licht mag rijden?" Het antwoord is: als je de algemeenheid van de regel laat vallen, zullen er situaties opduiken waarbij het antwoord niet voor de hand ligt, en dan wordt de kans op vergissingen groot. Bij regels in groepsverband komt daar nog bij dat discriminaties (die moet de regel volgen, die niet) niet te vermijden zijn.
3. Ten aanzien van Patrick Janssens wil ik beklemtonen dat mijn uiteenzetting over de symboolaspecten van de hoofddoek niet als argument voor zijn regeling was bedoeld: de eis van het neutraal zijn en er neutraal uitzien volstaat daartoe. Ik had het over de bagatelliserende uitdrukking "een lapje stof", tevens wou ik aan moslims duidelijk maken dat de hoofddoek ook in de algemene omgang storend kan overkomen, al wens ik hier geen verbod, wel overreding.
4. Ik zei al dat Rik Pinxten naast de kwestie praat, maar er is meer: zelden heb ik met zoveel aplomb zo'n kapitale blunder zien begaan: "(De verlichtingsdenkers) redeneerden over de wereld als een toppunt van beschaving in de eigen hof en wat irrationeel gerommel (...) in de rest van de wereld. (...) Islam, boeddhisme en de honderden andere tradities (...) bestonden niet, laat staan dat ze in staat zouden zijn geweest om die tradities als iets anders dan vreemd of primitief te beschouwen." Enzovoort. Rik Pinxten weet dus niet dat Matteo Ricci's De christiana expeditione apud Sinas (1615) tot een golf van enthousiasme in intellectueel Europa leidde. Isaac Vossius vond de Chinese maatschappij de meest prijzenswaardige van de mensheid. Saint-Evremond en Sir William Temple waren even sinofiel: "Er is geen beter model om het leven te ordenen dan Confucius." Boulainvilliers vergeleek Confucius met Spinoza. Volgens Pierre Bayle hadden de Chinezen de beste moraal ter wereld. Toen de jezuïeten in 1687 enkele teksten van Confucius publiceerden, splitsten de denkers van de achttiende eeuw zich in drie groepen: diegenen die de Chinese cultuur verheerlijkten ten nadele van het christendom, diegenen die zich afvroegen hoe een maatschappij zo goed kon zijn zonder het christelijke geloof, en de jezuïeten, met in hun spoor Leibniz, die in dit denken een voorafbeelding van het ware geloof zagen. Wolff dacht dat de natuurlijke rede hen op zo'n hoog ethisch vlak gebracht had. Voltaire schreef: "Ils ont perfectionné la morale qui est la première des sciences." Montesquieu vroeg zich af hoe ze, zonder geloof in de onsterfelijkheid van de ziel, toch tot maatschappijprincipes kwamen "admirables pour la société". Trek nu alstublieft eens na wat Rik Pinxten hierover schrijft: "irrationeel gerommel"! In verband met de islam stimuleerde het goed geïnformeerde, en heel positieve werk van Adriaan Reland (De religione mohammedica, 1705) een boeiend debat. De antireligieuze groep had het over "les trois imposteurs" (Mozes, Jezus en Mohammed) naar een anoniem boek dat nota bene uit de islamcultuur kwam. Een andere richting (Boulainvilliers, 1730) zong de lof van de islam als ethisch en rationeel superieur aan het christendom (vergelijk ook: Toland, Radicati, Bernard, Fréret, de markies d'Argens...). Voltaire zag in Mohammed een grote wetgever en een rationele hervormer. In zijn Traité sur la tolérance (1762) vond hij de moslims toleranter dan de christenen en volgens Bayle hadden moslims minder mensen om hun godsdienst vermoord dan er alleen al in de Sint-Bartolomeusnacht in Parijs werden gedood (1572). En er was ook nog de grote waardering voor Ibn Rusd (Averroës) en voor de roman van Ibn Tufayl Het leven van Hai Ibn Yakzan. Tegen het einde van de achttiende eeuw werd men dan gefascineerd door Indië. Kortom: de stelling van Rik Pinxten geeft blijk van een totale onwetendheid betreffende zijn eigen vakgebied. Zelfs de 'ringparabel' uit Nathan der Weise, een kerntekst van de verlichting, en van onze cultuur überhaupt, die zijn thesis ontkracht, lijkt hem onbekend, pijnlijk! Als hij op zoek is naar een fundering voor een moraal van universele solidariteit, verwijs ik naar mijn boek: De ogen van de panda (1988).
5. Sinds de jaren zestig heb ik heel wat opiniestukken geschreven, in allerlei kranten en tijdschriften. Behalve Philip Dewinter heb ik daarin nooit personen aangevallen en in dat geval betrof het alleen diens ideeën. Alleen als ik me onrechtvaardig behandeld voel, durf ik al eens terugslaan, maar dan alleen met feiten, niet met scheldwoorden. Tom Naegels kent mij niet en ik heb hem nooit een strobreed in de weg gelegd, toch heeft hij mij al vaak beledigd. Nu heeft hij het over "blaffen, sneren, intimideren" en over mijn "onaangenaam superioriteitsgevoel". Hij verwijst daarvoor naar mijn gesprek met Vekeman. Ik moet eraan herinneren - sorry, Vekeman - dat die mij, zonder aanleiding van mijn kant, in diverse artikels als volgt had besproken: "moraalridder van de droevige figuur", "onverlicht genie", "prietpraat", "als kind ei zo na verdronken in een bad vol waarheidsserum", "als een dronken dorpspastoor", "zijn verbale kwakje geloosd" enzovoort. Omdat aan die kwetsende uitspraken geen inhoud verbonden was, wou ik daarop antwoorden. Vandaar dat gesprek. Daarin vind je geen enkele belediging. Naast elke positieve uitspraak over de Bijbel citeerde ik (correct) een negatieve, om zo aan te tonen dat de denkwijze van Vekeman niet op een vast criterium steunde. Dat ik hem verantwoordelijk achtte voor alle misdaden van het christendom is absurd en die bewering alleen al toont aan dat Tom Naegels niet eens in staat is een socratische discussiewijze te begrijpen: de andere met de consequenties van zijn denken confronteren. Ik weet niet of Tom Naegels hetgeen volgt, zal snappen, de meeste lezers echter wel. In mijn persoonlijke omgang met mensen heb ik nooit iemand wegens zijn wereldbeschouwing onvriendelijk behandeld. Dat hoeft mij niet te beletten maatschappelijke problemen op een rationele wijze te bespreken. Er zijn moslims waarmee ik als individu bevriend ben, dat sluit harde kritiek op de negatieve aspecten van de islam in het algemeen niet uit (idem voor individuele christenen versus het christendom). De islam heeft zich als ummah (gemeenschap) geuit in de Verklaring van Caïro over de Mensenrechten in de Islam (1990), ondertekend door topvertegenwoordigers uit 54 moslimlanden. Volgens artikel 24 zijn alle artikels van die verklaring ondergeschikt aan de shariah. Ik herinner eraan dat die shariah onder meer de doodstraf voorziet voor geloofsafval en de doodstraf voor moord, behalve voor rijken die bloedgeld kunnen betalen.
Ik weet ook dat niet alle moslims zich van die normen bewust zijn, maar ze zijn in hun naam ondertekend en dus staan ze er in 'objectieve' zin achter, tot ze die tekst afwijzen. We hebben het recht aan onze moslimgemeenschap te vragen wat hun standpunt daartegenover is, en ook hun standpunt, met motivering, ten aanzien van een aantal betwistbare Koranteksten, inclusief die inzake kledij. Een open dialoog daarover kan een beslissende stap betekenen in de richting van een wederzijdse aanvaarding van de diversiteit, dankzij het gemeenschappelijk erkennen van enkele basiswaarden neergelegd in de echte Universele Verklaring van de Rechten van de Mens.


Etienne Vermeersch is moraalfilosoof.

Publicatiedatum : 2007-05-18
Sectie : Opiniemakers
.

Leo Picard, links flamingant, in 1931

.
Vele krachten worden thans door de taaltoestanden beperkt of in de taalstrijd verbruikt. Is die strijd eenmaal uitgestreden, dan zal het maatschappelijk en cultureel rendement van het Vlaams intellect ongetwijfeld een heel stuk groter worden.
Dan zullen ook alle echte flaminganten zonder aarzeling tegen de demagogie der Frontpartij kunnen optreden. Thans zijn er immers velen, die deze partij niet willen bestrijden, ja zelfs steunen en er voor werken, niet omdat zij het eens zijn met de algemene geest van de groep, maar omdat zij menen, dat er tegenover de domme traagheid van de Brusselse kringen, die een nog steeds al te grote invloed hebben, een elementaire zuiver-Vlaamse macht dient gevormd te worden, hoe dan ook.
Lange tijd heb ik zelf geaarzeld. In de laatste maanden echter heeft enerzijds de statuutmakerij mij overtuigd, dat het zuiver-Vlaamse element in de frontpartij door andere elementen al te zeer vertroebeld wordt en anderzijds schijnt de politieke situatie in België zich toch ook steeds meer in de zin van een volledige oplossing der taalkwestie te ontwikkelen.

[…] Persoonlijk zou ik, als flamingant, de socialisten liever in de regeringscoalitie zien dan er buiten; waar dit thans echter onmogelijk blijkt te zijn en de socialisten zelf het niet verlangen, moeten wij allen toch hopen, dat zij hun medewerking verlenen aan de oplossing van een volkomen rijp geworden kwestie en daarbij geen buiten de zaak zelf gelegen voorwaarden stellen. De partij telt trouwens genoeg goede flaminganten en leiders van helder doorzicht om die hoop zeer gewettigd te doen zijn.

Leo Picard, 1931
Vlaanderens toekomst te koop aangeboden
Het federaal statuut der Frontpartij


In: Van Vlaamse Beweging naar Sociale Revolutie
(Verspreide geschriften)
1961, Uitgeverij Ontwikkeling, Antwerpen pp.125 e.v.
.

donderdag 19 juni 2008

Bericht aan weldenkend links

.
DS: Opinie
zaterdag 2 februari 2008

Bericht aan weldenkend links

WAAROM WIJ HET HOOFDDOEKENVERBOD VERDEDIGEN

Nogal wat linkse intellectuelen verdedigen in naam van de emancipatie het islamitische recht op de mildste vorm van terrorisme: vrouwenonderdrukking. Aldus Barnard en Van Istendael. mh
De discussie over het hoofddoekverbod moet ook gaan over het wezen van de islam, betogen Benno Barnard en Geert van Istendael . 'De moderne islam is diepgaand door het nazisme geconditioneerd, onder meer via de Egyptische Broederschap.'
Enkele dagen geleden werd ons per e-mail een petitie tegen het recente hoofddoekenverbod in Lier toegestuurd. Het had ook Gent of Antwerpen kunnen zijn; het betrof dezelfde linkse strijd tegen onverdraagzaamheid.

Wij antwoordden het meegestuurde adressenbestand - waartoe schrijvers behoorden, filosofen en sociologen, de belangrijkste kranten en televisieredacties, en enkele oude marxisten, onder wie sympathisanten van de alliantie tussen de PvdA en de AEL - dat wij verklaarde vijanden van het Vlaams Belang waren en tegelijkertijd publieke voorstanders van het hoofddoekenverbod. Ook schreven we dat weldenkend links onze islamitische zusters in de steek liet en dat de meeste linkse intellectuelen niets schenen af te weten van de islam.

Stel dat we bij wijze van vermetel gedachte-experiment zouden hebben durven beweren dat het islamitische terrorisme zich tot de Koran verhield als de terreur van de SS tot Mein Kampf, het verontwaardigde geschreeuw had niet luider kunnen zijn.

Onze opvatting was antisociaal, kleinburgerlijk, antidemocratisch en vanzelfsprekend racistisch.

Het is vreemd hoe benauwend de oneindige ruimte van het internet kan worden.

Dat café werd ons dus te vol - maar buiten bleven we verder praten met de schrijver Jeroen Olyslaegers, die opwierp dat het neutraliteitsbeginsel van de overheid in het geding was, 'want juist door het hoofddoekenverbod heeft de stedelijke overheid van Antwerpen, Gent en nu ook Lier haar eigen neutraliteit gecompromitteerd', meende hij.

We herhalen hier dat wij grote voorstanders zijn van het Franse model van de lekenstaat. Met de persoonlijke levenssfeer van ambtenaren hebben we niets te maken. Na een ontwikkeling van tweehonderd jaar - nee, tweeduizend jaar - hebben wij Europeanen de publieke sfeer eindelijk van de persoonlijke afgebakend en een soort evenwicht bereikt tussen de res publica en de religio. Het zou wel erg onverstandig zijn dat op te geven.

Maar de kwestie is veel ingewikkelder.

Wat wij en vele andere fatsoenlijke en niet geheel irrationele intellectuelen bedoelen, is dat de discussie ook over het wezen van de islam moet gaan. Veel linkse vrienden verkiezen een blakende onwetendheid omtrent die godsdienst. Maar het is absoluut noodzakelijk te begrijpen dat onze termen - al onze dierbare civiele vrijheden, waar het neutraliteitsbeginsel een structurerend principe van is - betekenisloos zijn binnen de theologische ruimte van de Profeet.

De islam verkondigt een volstrekt andere visie op de religieuze en politieke werkelijkheid dan het jodendom en christendom, de godsdiensten waarop de Profeet zich gebaseerd heeft en die hij in zijn Koran te vuur en te zwaard bestrijdt. Het allerfundamenteelste verschil bestaat in de theologische kern: de god van Abraham en Christus is onderworpen aan de gerechtigheid. Hij kan zelfs debatten met zijn schepselen verliezen; en dat gebeurt dan ook in allerlei vaak grappige passages in de Bijbel en de talmoed.

Op dit punt roept steevast iemand ter linkerzijde: 'Kruistochten! Inquisitie!'

Het feit dat zijn schepselen God misbruikt hebben voor dergelijke zaken valt zeer te betreuren. Maar de westerse dialectische traditie heeft gemaakt dat iedere moderne christen of jood van enig intellectueel niveau zich doodschaamt voor het bloed dat aan zijn erfenis kleeft.

Allah daarentegen is boven alles verheven, inclusief de gerechtigheid. En waar de god van Abraham en Christus de mens de vrije wil heeft geschonken, grijpt Allah permanent in. 'Insjallah!' is geen holle kreet, maar de uitdrukking van een elementaire overtuiging: alles, letterlijk alles, gebeurt omdat Allah het wil. Daarmee voert de islam ons via Mekka naar een interpretatie van de wereld terug die van lang voor het schrift dateert.

Het lijkt ons hoogstnoodzakelijk dat Europa zich grondig informeert over de islam. Want de houding van veel linkse intellectuelen getuigt van een onbewust etnocentrisme, wat des te onbegrijpelijker is omdat ze zo luid de verderfelijkheid van datzelfde etnocentrisme prediken. Blijkbaar zijn ze volstrekt niet in staat zich voor te stellen dat een islamiet anders, maar dan ook werkelijk totaal anders denkt dan een welwillende, linkse, antikatholieke Vlaamse intellectueel. Mogelijk is dat het gevolg van een diep begraven koloniaal schuldgevoel, maar dat onderwerp voert ons hier te ver.

Olyslagers intussen verdacht ons van een grondeloos pessimisme. 'Hoe kan een mens nog redelijk denken wanneer hij voortdurend de doodsklokken over het Avondland hoort beieren?', vroeg hij zich bedroefd af.

Dat valt geweldig mee - maar intussen is het een treurig idee dat we ook binnen de Europese termen voortdurend langs elkaar heen praten.

En dan hebben we het moeilijkste van alles nog verzwegen.

'Islamofascisme' is geen loze term van extreem-rechts of afvallig links. De moderne islam is diepgaand door het nazisme geconditioneerd, onder meer via de Egyptische Broederschap. Die beweging heeft zich in de jaren dertig rechtstreeks door Mein Kampf laten beïnvloeden en is zelf weer de inspirator geworden van Al Qaeda, Hamas en aanverwante gezelligheidsverenigingen.

Een voorbeeld van de invloed van het nazisme op het islamisme is 11 september 2001. Albert Speer rapporteert in zijn dagboeken hoe Hitler luidop droomde van zelfmoordvliegtuigen die zich op Manhattan zouden storten, de hoofdstad van het wereldjodendom. Het is volgens de Duitse politicoloog Matthias Küntzel, specialist in het islamitische antisemitisme, maar al te waarschijnlijk dat Al Qaeda het plan voor 11 september gewoon van de Führer heeft overgenomen.

Al Qaeda en de sharia zijn logische consequenties van de versteende godsdienst die islam heet en die zich al duizend jaar met hand en tand verzet tegen iedere vrije interpretatie van de geopenbaarde teksten. Anderzijds zijn de Verlichting en de democratie uit het bloed van de Europese geschiedenis geboren - niet als kinderen van Rome misschien, maar wel van het protestantisme en het jodendom, met hun traditie van dialectiek en zelfstandige tekstinterpretatie.

Gelukkig zijn de meeste islamieten in religieus opzicht lauw. Zoals het gros van de mensen, christelijk en anderszins, zijn ze voornamelijk geïnteresseerd in het leven van alledag, in een dak, brood, werk, vriendelijkheid. De doekjes op het hoofd van hun vrouwen en dochters vormen geen bedreiging van de openbare veiligheid. Maar elke hoofddoek zegt hetzelfde: ik ben als vrouw, hoewel een mindere, verantwoordelijk voor de seksuele zelfbeheersing van mannen.

Nogal wat linkse intellectuelen verdedigen dus in naam van de emancipatie het islamitische recht op de mildste vorm van terrorisme: vrouwenonderdrukking.

'Keuzevrijheid!' roept links met schrille stem.

Europa zou zichzelf nog opheffen uit respect voor zijn eigen principes.
_____________________
Benno Barnard en Geert van Istendael zijn schrijvers
.

De blakende onwetendheid van Barnard en Van Istendael

.
DS, Opinie
woensdag 6 februari 2008

De blakende onwetendheid van Barnard en Van Istendael

Hoe kleiner de kennis, hoe vlotter de pen, dacht HERMAN DE LEY bij lectuur van het 'Bericht aan weldenkend links' van Benno Barnard en Geert van Istendael. 'Deze heren waren beter aan hun cafétoog blijven hangen.'


Dat woordkunstenaars zich door taal laten meeslepen mag niet verbazen, maar in hun opiniestuk (DS 2 februari) gaat het om méér dan een onschuldige oefening in retoriek. Wat hier een literair kleedje krijgt aangetrokken, is het oude, manicheïstische denkpatroon ten aanzien van de islam en moslims. De boodschap is steeds dezelfde: Europa dient gered van een religie die voor het tegendeel staat van al onze dierbare civiele vrijheden. Dialoog is uitgesloten: een islamiet (denkt) anders, maar dan ook totaal anders… dan een welwillende, linkse, antikatholieke Vlaamse intellectueel. Die intellectuelen weten niets af van de islam. Erger nog: zij verkiezen een blakende onwetendheid.

Het opiniestuk van onze schrijvers is niet onschuldig: het is een oproep voor intolerantie en xenofobie. In het hoofddoekendebat, zo luidt het, moet uitgegaan worden van 'het wezen van de islam'. Nog voor wij ons kunnen afvragen wat dat 'wezen' dan wel zou zijn, onthullen zij ons het antwoord dank zij een 'expertise' die 'weldenkend links' schromelijk ontbeert, maar die jammer genoeg ook komaf maakt met de godsdienstsociologie en haar afwijzing van alle essentialisme. Vanuit sociologisch en historisch oogpunt, inderdaad, staan onze poëten, zoals de keizer, in hun blootje onder hun volzinnen. Niet gehinderd door wetenschappelijke terughoudendheid peroreren zij over 'het allerfundamenteelste verschil… in de theologische kern' van enerzijds judaïsme en christendom en anderzijds de islam: het onderworpen-zijn van de bijbelse God 'aan de gerechtigheid'. Abraham? Job? Augustinus? Of wat met de Moe'tazila, de islamitische theologische school die Gods rechtvaardigheid juist centraal stelde? Vandaag kent dat moe'tazilisme een revival en inspireert het vernieuwingsdenkers in de moslimwereld. Of nog inzake de geschiedenis van de islam: het instituut van de dhimma, dat in voege was tot aan het kolonialisme: de islam is de énige die het bestaansrecht van andere religieuze gemeenschappen theologisch erkend heeft.

Onze beide heren schuwen evenmin de beproefde tactiek van de twee maten: inzake islam worden alle gelovigen over eenzelfde kam geschoren: die van een 'sedert duizend jaar versteende' godsdienst; religieuze 'lauwheid' is nog het beste dat we van moslims mogen verhopen. Tegenover jodendom en christendom luidt het anders: wat bij de moslims 'lauwheid' heet, heet hier erkenning van 'een soort evenwicht… tussen de res publica en de religio'. En wat de bloedige geschiedenis betreft van Europa, worden wij gerustgesteld met de dooddoener 'dat iedere moderne christen of jood van enig intellectueel niveau zich doodschaamt voor het bloed dat aan zijn erfenis kleeft'. Voor moderne moslims 'van enig intellectueel niveau' is er geen plaats. De Arkouns, Aboe Zayds, An-Naims, Riffat Hassans, Talbi's, Zakariya's, Rana Kabbani's, Fatima Mernissi's, Amina Waduds, Ramadans, Meddebs', al-Jabri's, Laroui's, enzovoort. Maar ook de ontelbare, 'gewone' moslims en moslima's, die zich dagelijks actief inzetten voor ontwikkeling en emancipatie binnen onze pluralistische samenleving, zij mogen het allemaal vergeten. Zij zitten vast aan een 'versteende' religie. Maar dat is niet alles, wat de moderne islam betreft: de 'sedert duizend jaar versteende islam' werd, o paradox!, in de 20ste eeuw 'diepgaand geconditioneerd door het nazisme (en fascisme)'.Via Al Qaeda is de conclusie dan snel getrokken: alle moslims, vandaag, zijn op z'n minst 'verkapte' terroristen, met 'het islamitisch recht op… vrouwenonderdrukking nog als de mildste vorm van terrorisme'.

Wat die invloed van het nazisme betreft: het is een bekend feit dat bijvoorbeeld de grootmoefti van Jerusalem, Haj Amin al-Husseini, een fervent antisemiet was en de steun van de nazi's zocht (hij ontmoette Hitler in Berlijn, eind 1941; richtte een SS Moslim Divisie op die in Bosnië joden en partisanen uitmoordde, enz.). Volledigheidshalve echter dient aan dit plaatje toegevoegd dat ook zionistische terreurorganisaties toen nauwe contacten onderhielden met de nazi's: in Palestina zelf (Adolf Eichmann, in 1937) en in Berlijn. En misschien mag hier herinnerd worden aan de bijzondere methodes die zulke milities hanteerden (de Haganah, de Eenheid 101 van Sharon, e.a.) ten einde Palestina 'Arabiervrij' te maken?

Wat nochtans het meeste stoort, is het gemak waarmee beide heren omspringen met de Europese geschiedenis. Kruistochten! Inquisitie!, het worden kreten van iemand ter linkerzijde. Ze zijn 'zeer te betreuren' en we 'schamen ons dood'. Punt aan de lijn. Wat géén vermelding krijgt, is de judeocide: deze voor elke normale mens onvoorstelbaar gruwelijke uitmoording van 6 miljoen Europeanen - kinderen, vrouwen, mannen en ouderlingen - omwille van hun joods-zijn. Die ongeziene misdaad tegen de mensheid kwam er na de Verlichting en na de creatie van de lekenstaat. En neen, zij was niet zaak van Duitsers alleen: héél Europa was doordrongen van antisemitisme (zoals nu van anti-moslimisme) en de Endlösung vond in alle landen haar trawanten, ook in België.

Niet 'de islam' heeft haar op zijn geweten, wél 'christelijk Europa', als absoluut 'hoogtepunt' van 2000 jaar pogroms en jodenvervolging. Onze schrijvers bezondigen zich hier aan méér dan retoriek: door de aandacht te verplaatsen naar enkele islamistische bewegingen in het Midden-Oosten en tegelijk zedig te zwijgen over de eigen judeocide, wordt het perspectief volledig verdraaid: de schuldenlast wordt verlegd naar de moslims, als ging het om een zoveelste 'logische consequentie van de versteende godsdienst die islam heet'. Deze heren waren beter aan hun cafétoog gebleven.

Herman De Ley is voormalig directeur van het Centrum voor Islam in Europa (UGent)

Et si l’Europe ne devait pas ses savoirs à l’islam ?

.
Et si l’Europe ne devait pas ses savoirs à l’islam ?

Le Monde, 4 avril 2008

L’historien Sylvain Gouguenheim récuse l’idée que la science des Grecs ait été transmise à l’Occident par le monde musulman
Etonnante rectification des préjugés de l’heure, ce travail de Sylvain Gouguenheim va susciter débats et polémiques. Son thème : la filiation culturelle monde occidental-monde musulman. Sur ce sujet, les enjeux idéologiques et politiques pèsent lourd. Or cet universitaire des plus sérieux, professeur d’histoire médiévale à l’Ecole normale supérieure de Lyon, met à mal une série de convictions devenues dominantes. Ces dernières décennies, en suivant notamment Alain de Libera ou Mohammed Arkoun, Edward Saïd ou le Conseil de l’Europe, on aurait fait fausse route sur la part de l’islam dans l’histoire de la culture européenne. Que croyons-nous donc ? En résumé, ceci : le savoir grec antique - philosophie, médecine, mathématique, astronomie -, après avoir tout à fait disparu d’Europe, a trouvé refuge dans le monde musulman, qui l’a traduit en arabe, l’a accueilli et prolongé, avant de le transmettre finalement à l’Occident, permettant ainsi sa renaissance, puis l’expansion soudaine de la culture européenne. Selon Sylvain Gouguenheim, cette vulgate n’est qu’un tissu d’erreurs, de vérités déformées, de données partielles ou partiales. Il désire en corriger, point par point, les aspects inexacts ou excessifs.

« AGES SOMBRES »

Y a-t-il vraiment eu rupture totale entre l’héritage grec antique et l’Europe chrétienne du haut Moyen Age ? Après l’effondrement définitif de l’Empire romain, les rares manuscrits d’Aristote ou de Galien subsistant dans des monastères n’avaient-ils réellement plus aucun lecteur capable de les déchiffrer ? Non, réplique Sylvain Gouguenheim. Même devenus ténus et rares, les liens avec Byzance ne furent jamais rompus : des manuscrits grecs circulaient, avec des hommes en mesure de les lire. Durant les prétendus « âges sombres », ces connaisseurs du grec n’ont jamais fait défaut, répartis dans quelques foyers qu’on a tort d’ignorer, notamment en Sicile et à Rome. On ne souligne pas que de 685 à 752 règne une succession de papes... d’origine grecque et syriaque ! On ignore, ou on oublie qu’en 758-763, Pépin le Bref se fait envoyer par le pape Paul Ier des textes grecs, notamment la Rhétorique d’Aristote.
Cet intérêt médiéval pour les sources grecques trouvait sa source dans la culture chrétienne elle-même. Les Evangiles furent rédigés en grec, comme les épîtres de Paul. Nombre de Pères de l’Eglise, formés à la philosophie, citent Platon et bien d’autres auteurs païens, dont ils ont sauvé des pans entiers. L’Europe est donc demeurée constamment consciente de sa filiation à l’égard de la Grèce antique, et se montra continûment désireuse d’en retrouver les textes. Ce qui explique, des Carolingiens jusqu’au XIIIe siècle, la succession des « renaissances » liées à des découvertes partielles.
La culture grecque antique fut-elle pleinement accueillie par l’islam ? Sylvain Gouguenheim souligne les fortes limites que la réalité historique impose à cette conviction devenue courante. Car ce ne furent pas les musulmans qui firent l’essentiel du travail de traduction des textes grecs en arabe. On l’oublie superbement : même ces grands admirateurs des Grecs que furent Al-Fârâbî, Avicenne et Averroès ne lisaient pas un mot des textes originaux, mais seulement les traductions en arabe faites par les Araméens... chrétiens !
Parmi ces chrétiens dits syriaques, qui maîtrisaient le grec et l’arabe, Hunayn ibn Ishaq (809-873), surnommé « prince des traducteurs », forgea l’essentiel du vocabulaire médical et scientifique arabe en transposant plus de deux cents ouvrages - notamment Galien, Hippocrate, Platon. Arabophone, il n’était en rien musulman, comme d’ailleurs pratiquement tous les premiers traducteurs du grec en arabe. Parce que nous confondons trop souvent « Arabe » et « musulman », une vision déformée de l’histoire nous fait gommer le rôle décisif des Arabes chrétiens dans le passage des oeuvres de l’Antiquité grecque d’abord en syriaque, puis dans la langue du Coran.
Une fois effectué ce transfert - difficile, car grec et arabe sont des langues aux génies très dissemblables -, on aurait tort de croire que l’accueil fait aux Grecs fut unanime, enthousiaste, capable de bouleverser culture et société islamiques. Sylvain Gouguenheim montre combien la réception de la pensée grecque fut au contraire sélective, limitée, sans impact majeur, en fin de compte, sur les réalités de l’islam, qui sont demeurées indissociablement religieuses, juridiques et politiques. Même en disposant des oeuvres philosophiques des Grecs, même en forgeant le terme de « falsafa » pour désigner une forme d’esprit philosophique apparenté, l’islam ne s’est pas véritablement hellénisé. La raison n’y fut jamais explicitement placée au-dessus de la révélation, ni la politique dissociée de la révélation, ni l’investigation scientifique radicalement indépendante.
Il conviendrait même, si l’on suit ce livre, de réviser plus encore nos jugements. Au lieu de croire le savoir philosophique européen tout entier dépendant des intermédiaires arabes, on devrait se rappeler le rôle capital des traducteurs du Mont-Saint-Michel. Ils ont fait passer presque tout Aristote directement du grec au latin, plusieurs décennies avant qu’à Tolède on ne traduise les mêmes oeuvres en partant de leur version arabe. Au lieu de rêver que le monde islamique du Moyen Age, ouvert et généreux, vint offrir à l’Europe languissante et sombre les moyens de son expansion, il faudrait encore se souvenir que l’Occident n’a pas reçu ces savoirs en cadeau. Il est allé les chercher, parce qu’ils complétaient les textes qu’il détenait déjà. Et lui seul en a fait l’usage scientifique et politique que l’on connaît.
Somme toute, contrairement à ce qu’on répète crescendo depuis les années 1960, la culture européenne, dans son histoire et son développement, ne devrait pas grand-chose à l’islam. En tout cas rien d’essentiel. Précis, argumenté, ce livre qui remet l’histoire à l’heure est aussi fort courageux.

Roger-Pol Droit

woensdag 18 juni 2008

Creatief met corridor (Sinardet)

.
woensdag 18 juni 2008
Creatief met corridor

Identiteiten zijn flexibel, contextgebonden en permanent 'under construction'. Dat wist ik al langer. Maar nooit ondervond ik de theorie zo aan den lijve als het afgelopen jaar. Tijdens menig debat, discussie en gesprek over België. In Vlaanderen, Wallonië en Brussel. Onder Vlamingen en onder Franstaligen, dikwijls onder beiden. Onder Belgen dus, als het ware.
Ik was mij bijvoorbeeld nooit zo bewust van een Vlaamse identiteit als in Wallonië en Brussel. Identiteit wordt deels bepaald door hoe anderen je zien en Franstaligen 'labelden' mij soms expliciet als Vlaming (letterlijk zelfs: in een Franstalig tv-journaal kreeg ik ooit het onderschrift 'politologue flamand' opgeplakt). Bovendien beschouwden sommigen mijn analyses blijkbaar als 'Vlaams', terwijl ik ze gewoon nuchter achtte: ja, men kan discussiëren over zin en onzin van taalterritorialiteit. Maar nee, dit heeft in wezen niets van doen met discriminatie of separatisme. En omdat Wallonië eentalig Frans zou blijven verzetten Franstaligen zich destijds mee tegen een veralgemeende tweetaligheid van België (mijn rol als analist weerhoudt mij er gelukkig van om 'jullie' te zeggen, maar scheelt het veel?). En nee, niet alle Vlamingen ('wij'?) zijn separatisten en racisten. Volgens alle betrouwbaar onderzoek wil maar één Vlaming op de tien van België af en stemde enkel een minderheid uit communautaire overwegingen. En extreem-rechts staat niet alleen sterk in Vlaanderen, maar pakweg ook in Frankrijk. Vlaanderen is echt wel meer dan wat vele Franstaligen ervan maken. (Boodschap aan minister Bourgeois: uw Vlaamse 'voorlichtingsambtenaar' bestaat al en zijn naam staat onder dit stuk).

Vanwege dezelfde uitspraken, maar in een Vlaamse context, bleek ik voor sommigen dan weer net géén goede Vlaming, of zelfs geen Vlaming tout court. Eén van mijn columns in deze krant leverde mij 'fanmail' op met de boodschap dat ik voor een Vlaams-nationalistische rechtbank moest verschijnen 'voor verraad van eigen volk'. Toen ik in een tv-debat uitlegde dat er enige spanning bestond binnen het kartel CD&V/N-VA over het aantreden van Leterme I kreeg ik door een CD&V-senator zelfs een 'Franstalig' etiket opgeplakt: dit was geen 'Vlaamse' analyse! Nochtans, van Aarlen tot Zeebrugge was alles wat zich maar een beetje Wetstraat-watcher noemt tot hetzelfde inzicht gekomen.

Nu zijn die extreme reacties niet representatief, want ruimschoots gecompenseerd door positieve en genuanceerde respons. Maar ze bepalen veel te sterk de Franstalige beeldvorming van Vlamingen. En dus ook weer van mezelf. Er zijn er al voor minder weggezonken in een identiteitscrisis.

Die licht schizofrene ervaringen leidden echter ook tot een sterker Belgisch bewustzijn. Nog nooit wisselde ik zoveel van gedachten met Vlamingen én Franstaligen, over België. Bovendien scherpte daardoor ook mijn besef aan dat Vlamingen en Franstaligen geen homogene ladingen dekken. Niet dat Belgen een minder heterogene groep vormen, maar dat beweert ook geen kat. (Trouwens, ik beperk mij tot de voor deze context relevante identiteiten en dat zijn daarom niet de belangrijkste: zoals het elke rechtgeaarde 'sinjoor' betaamt kan mijn allereerste 'natiegevoel' uiteraard enkel het Antwerpse zijn en nu ik ook in Brussel les geef maak ik zelfs aanspraak op het etiket van 'ketje'.)

Ik werd mij van die 'meervoudige identiteit' dan wel sterker bewust, in latentere vorm blijkt die bij veel landgenoten aanwezig. Zoals Marc Reynebeau onlangs in herinnering bracht, kenmerken de meeste Belgen zich door een lasagne-identiteit: ze voelen zich tegelijk én Belg én Vlaming/Waal/Brusselaar en vooral nog allerhande anders. Een Belgisch identiteitsgevoel maakt dus deel uit van de Vlaamse en Waalse identiteit. En omgekeerd. Eigenlijk is dat een zeer federale identiteitsbeleving.

Tiens, nu ik eraan denk: waarom zou die federale dimensie van onze identiteit eigenlijk geen territoriale invulling mogen krijgen, zoals de Vlaamse, Waalse en Brusselse? En welk deel van het territorium zou daarvoor beter geschikt zijn dan het Zoniënwoud, verspreid als het ligt over het Vlaams, Waals en Brussels gewest? Als we daar nu eens een 'federaal park' van maken, onder bevoegdheid van de federale overheid.

Van de pot gerukt? Zeker, maar niet minder dan andere plannen die nu circuleren. Als Franstalige politici dan toch zo graag een territoriale continuïteit willen tussen Wallonië en Brussel, dan moeten ook zij daar maar wat grondgebied voor veil hebben. Het zou meteen een symbolische blijk zijn van federaal engagement, iets wat we stilaan ook van Franstalige politici mogen verlangen. En wat een toeristische troef als we vakantiegangers binnenkort niet enkel naar ons land kunnen lokken met Kust en Ardennen maar ook met een waar 'Nationaal Park'! Onder de noemer: creatief met corridor.

U tekent de petitie toch ook ?!
_____________

Dave Sinardet is politicoloog aan de Universiteit Antwerpen en gastprofessor aan de Facultés Universitaires Saint-Louis in Brussel

vrijdag 13 juni 2008

Letermes opvolger staat al klaar (De Morgen)

.
Letermes opvolger staat al klaar
door Ruud Goossens

Terwijl Yves Leterme continu met scherp bestookt wordt uit Franstalige rangen, staat Kris Peeters naar de camera's te glimlachen met Rudy Demotte aan zijn zijde
Van een grote staatshervorming is vooralsnog geen spoor te bekennen, terwijl de nieuwe regering die geleid wordt door hun boegbeeld maar niet op gang wil komen. Toch is er ook goed nieuws voor CD&V: de Vlaamse minister-president zit steeds beter in zijn vel, een nieuwe sterke man dient zich aan.
"We hebben getoond dat we met een goede ingesteldheid in staat zijn om oplossingen uit te werken." Zelf zal hij het natuurlijk niet toegeven, maar met die boutade aan het eind van zijn onderhoud met Rudy Demotte, donderdagmiddag, zette Kris Peeters zich nog maar eens mooi af van het geruzie op het federale niveau. Terwijl Yves Leterme nu al, als een kloon van Verhofstadt, superministerraden moet organiseren om de illusie in stand te houden dat er geregeerd wordt, keert de Vlaamse minister-president van een lunchafspraak in Namen terug met een bijna-akkoord over een slimme kilometerheffing voor vrachtwagens. En terwijl de premier haast continu bestookt wordt met scherp geschut uit Franstalige rangen, staat Peeters naar de camera's te glimlachen met een van de kopstukken van de PS aan zijn zijde.
Het is exemplarisch voor de flair waarmee Kris Peeters dezer dagen door de Wetstraat flaneert. Na een klein jaar aan het hoofd van de Vlaamse regering blaakt de voormalige topman van Unizo van het zelfvertrouwen. Dat valt ook steeds meer mensen in zijn eigen partij op. Natuurlijk blijft speculeren over de post-Leterme-era heiligschennis, en daar houden CD&V'ers on the record niet van, maar als het off toch gebeurt, dan valt de naam Peeters voor alle andere.
Dat blijft een huzarenstukje, want een cadeau was het minister-presidentschap vorige zomer absoluut niet. Op iets minder dan twee jaar voor het einde van de legislatuur plotseling de leiding van een vijfpartijencoalitie overnemen biedt alle kansen op ongelukken. Bart Somers krijgt nog altijd nachtmerries als hij aan zijn twaalf maanden durende avontuur op het Martelarenplein terugdenkt. Toen de liberaal, pas aangetreden, geschiedenis dacht te schrijven met zijn plan om de Olympische Spelen naar onze contreien te lokken, lag zijn geloofwaardigheid als regeringsleider meteen aan diggelen. Zijn almaar kwakkelender paars-groene ploeg presenteerde zich in juni 2004 afgepeigerd aan de Vlaamse kiezer, Somers mocht zijn boeltje pakken.
Ook voor Peeters lagen de bananenschillen klaar, zeker na de verkiezingsopdoffer voor de Vlaamse socialisten. Nadat de sp.a op Belgisch niveau uit de meerderheid werd verbannen, flirt die partij ook op Vlaams niveau met oppositiegedrag. Toen mobiliteitsminister Kathleen Van Brempt de Waalse regering begin deze week via een kranteninterview tot spoed aanmaande over de slimme kilometerheffing, wist ze perfect dat Peeters en Demotte elkaar donderdag over de kwestie zouden ontmoeten. Meer dan profilering was dat dus niet. Maar toch slaagt Peeters er voorlopig in om dat soort partijpolitieke strubbelingen binnen de perken te houden.
In tegenstelling tot Somers kwam de CD&V'er dan ook niet onbeslagen op het ijs. Als supervakminister (van Openbare Werken, Energie en Leefmilieu) vertolkte hij - en niet Inge Vervotte - de CD&V-standpunten drie jaar lang in de Vlaamse regering. Hij kent de historische achtergrond van de dossiers die op zijn bureau belanden, hij is niet zomaar om de tuin te leiden. "Op het vlak van dossierkennis is hij de evenknie van Leterme", zegt een van zijn collega-ministers. "Alleen gaat hij zelf veel actiever op zoek naar een oplossing. Leterme zei: 'En wat vinden jullie, Frank en Fientje?' Terwijl Peeters zegt: 'Frank, vind je niet dat Dirk gelijk heeft?' Daarmee staat het debat meteen op scherp." Een CD&V'er: "Hij lijdt, in tegenstelling tot Yves, niet aan de neiging om een moeilijk probleem altijd maar uit te stellen."
En, allerminst onbelangrijk, Peeters profiteert à fond van de kansen die zijn bestuursniveau hem bieden. Want het blijft natuurlijk oneindig veel makkelijker om in Vlaanderen de 'copernicaanse omwenteling' te prediken, en applaus te oogsten, dan ze op federaal niveau waar te maken. Daarom aarzelt de minister-president niet om in interviews te verkondigen dat België op termijn enkel nog bevoegd zal zijn voor buitenlandse politiek, defensie en nog een of twee andere dingen.
Zolang een Vlaams minister-president zonder openlijke premiersambities dat zegt, schieten ze in Wallonië niet in paniek. Als Leterme daarentegen tijdens een communautaire onderhandeling één Vlaamse vertegenwoordiger in de raad van bestuur van de NMBS probeert te sluizen, weet hij dat de gesprekken dagenlang dreigen vast te lopen.
Maar die wetenschap - dat Leterme het bijzonder moeilijk heeft - hindert Peeters dus allerminst. Te pas en te onpas mengde hij zich de afgelopen maanden en weken in de federale debatten. Bij de btw-rel met de federale regering bewees hij dat hij het been stijf kan houden, ook wanneer Leterme het er van op zijn heupen krijgt. Wanneer de premier in de penarie zit omdat het budget voor consultants wel érg hoog blijkt te zijn, maakt Peeters wel even tijd om in een interview te melden dat ze daar in Vlaanderen al lang gedane zaken mee hebben gemaakt. En telkens wanneer het tweede pakket van de staatshervorming op de lange baan dreigt te belanden, vindt de minister-president wel een journalist om te melden dat "zijn regering in dat geval de federale begroting natuurlijk niet te hulp zal schieten".
Waarmee we bij dat andere onschatbare voordeel van Peeters zijn aanbeland: in tegenstelling tot die van Leterme puilt zijn kas wél uit. Terwijl de federale staat constant in geldnood zit, krijgt Vlaanderen zijn budget nauwelijks nog zinvol uitgegeven. Dat is natuurlijk nét iets makkelijker.
En dus blijft het vooralsnog afwachten hoe de voormalige topman van Unizo het er in het centrum van de Belgische slangenkuil - het federale niveau - van af zou brengen. Een eerste moment van de waarheid kan deze zomer opduiken. Als het Leterme dan, tegen alle verwachtingen in, zou lukken een communautair akkoord uit de brand te slepen, dan zal Peeters voor het eerst zijn politiek leiderschap moeten tonen. Slaagt hij er dan in om ook de Vlaamse socialisten, die er geen enkel belang bij hebben om Leterme een handje te helpen, aan boord te houden? Om zijn ploeg nog even te behoeden voor de verkiezingskoorts? En dat allemaal zonder gezichtsverlies op zijn Vlaamse flank?
Hij zal er al zijn onderhandelingskwaliteiten voor nodig hebben, en die zijn volgens vriend én vijand nogal groot. Als het over toekomstvisie gaat, troeft de minister-president zijn voorganger niet af, hij blijft tenslotte een middenstander. Maar in het gelijk krijgen is Peeters, gepokt en gemazeld in het sociaal overleg, oneindig veel beter. De nieuwe minister-president is een pragmaticus, zonder harde schijf bovendien, terwijl humor en zelfrelativering hem niet vreemd zijn. Een Vlaams parlementslid: "Toen iemand van de Lijst Dedecker hem onlangs aanviel in het parlement, antwoordde Peeters: 'Blijkbaar heeft iedereen vandaag een beetje last van het warme weer.' Met zo'n kwinkslag ontmijnt hij de discussie. Dat lukt Leterme nooit."
Neen, als Yves Leterme ooit echt tegen een muur rijdt, dan staat zijn opvolger klaar. Tenzij Peeters geen federale ambities heeft natuurlijk. Tenzij dát natuurlijk het begin is van die fameuze copernicaanse omwenteling: een CD&V-boegbeeld dat definitief past voor de Wetstraat 16. Het N-VA-partijbestuur komt nu al klaar.

Ruud Goossens is chef politiek van deze krant.
.

zondag 8 juni 2008

Ik herken mijn land niet meer

.

De Standaard, donderdag 5 juni 2008

TONY MARY

Ik moet iets kwijt. De media zijn de enige die de huidige waanzin kunnen duiden en hopelijk stoppen. Ik doe een greep uit het nieuws van de laatste weken en ik doe een oproep aan alle mensen van goede wil (die ik ook persoonlijk zal aanschrijven).
Lees Christophe Deborsu in De Standaard van gisteren over de match Antwerpen-Tubeke waar gedurende de hele match 'Walen buiten' geroepen wordt en de journalist aangepakt wordt op zijn Franstalig zijn. Waar is onze minnelijkheid en ons consensusstreven? Waar is onze gastvrijheid?
Vorige vrijdag las ik dat Dilbeek, mijn geboortedorp, een 'taalbrief' stuurt naar zijn handelaars om hen te vragen hun waren niet in andere talen dan het Vlaams aan te prijzen. Wanneer slaan heethoofden de vensters stuk? Metropolitan Area Brussels, de hoofdstad van Europa? Waar is er integratie?
Na het speelpleintje in Liedekerke; de taalvoorwaarden voor het bekomen van een sociale woning, het marktverbod in Merchtem; de verplichting om 75 procent Vlaamse boeken in de openbare bibliotheek te hebben in een gemeente waar 80 procent van de bevolking Franstalig is en andere kleine pesterijen kan ik alleen maar intolerantie vaststellen.
Zet daarbij de opmerking van de hoofdredacteur van Flanders Today dat hij onder druk gezet wordt door een minister om wat hij geschreven heeft en die hem - en ik citeer Derek Blyth - 'agressief en bedreigend' behandeld heeft. Hij stelt zich vragen bij zijn journalistieke onafhankelijkheid.
Ik voel mij alle dagen minder goed. Ik word alle dagen ongeruster. Het klinkt hard, maar de vergelijking met 1932 is toch niet ver. We hebben een vijandsbeeld gecreëerd: dé Waal. We krijgen bijna knokploegen en we worden aangesproken op ons gedrag (onlangs sprak ik Frans in een Gents restaurant; ik kreeg een schouderklopje en er werd mij gevraagd waarom ik als Vlaming Frans sprak - moet er nog zand zijn).
Ik ben niet meer verbaasd dat The Herald Tribune spreekt over pacific ethnic cleansing (maar volgens Peter De Roover, de politiek secretaris van de Vlaamse Volksbeweging in De Zevende Dag, hebben we dat ook verkeerd begrepen). Er lijkt veel te veel slecht begrepen vandaag en dat kan alleen maar betekenen dat er iets aan de hand is, dat het niet goed is. Wat er ook van zij - if perception is reality - dan heeft ons imago een flinke deuk gekregen. En de schuld daarvan bij de Walen leggen, zoals minister Geert Bourgeois (N-VA) recentelijk deed, is er wat mij betreft lichtjes over.
Wie begrijpt die mensen nog/wie gelooft die mensen nog. That is the question.
Laat ons stoppen met onze dogmatische aanpak, met onze emoties voor onze ratio te zetten, met ons te baseren op clichés. Laat ons gezond verstand en ons ingeboren streven tot consensus weer zegevieren. Ik doe een oproep dat allen die het goed menen het huidige opbod stopzetten en dat we ons weer gaan bezighouden met de belangrijke zaken van het ogenblik. Het sociaal-economische en het demografische. Daar zullen we al genoeg werk mee hebben.

Tony Mary is lid van denkgroep België Anders en een ongeruste burger die zijn land niet meer herkent

Quality Controlled !

Het gebeurt iedereen wel eens: je hebt een schitterende gedachte maar je weet die niet kernachtig onder woorden te brengen. Iets dergelijks moet een kleine twee en een half duizend jaar geleden zelfs Aristoteles zijn overkomen, want die grote man debiteerde toen plots en geheel ongevraagd een nogal duistere uitspraak, die wij ondertussen allemaal kennen: Kwaliteit is geen toneel. Het is een gewoonte. Ik trof hem toevallig aan op de Nederlandse site adviesovermanagement, waar dat citaat helemaal bovenaan prijkt.

Deze site richt zich enkel tot een select deelpubliek. De kleine man, met zijn confectiepakkie an uit het oude cabaretliedje heeft er weinig te zoeken, want hij is op maat gesneden voor decision makers en managers, mensen dus die over weinig tijd beschikken en steeds maar voort moeten maken. In hun jachtige bestaan, kan ik mij inbeelden, voelen deze lui vaak speciale noden die gewone stervelingen weer niet hebben. Zo wordt er nu en dan een stimulerend woord van hen verwacht, en dat ligt niet altijd gereed, en zij hebben niemand om op terug te vallen want het is eenzaam aan de top.
Een gevoel van verlatenheid wellicht, vergelijkbaar misschien met wat je voelt als je ergens landt, en je bagage blijkt op een ander vliegtuig te zitten. Op zulke momenten is een kant-en-klaar aangereikte gedachte, een frisse inval aanlokkelijk.
En net dat heeft advies-over-management.nl te bieden.

Toen ik echter uit curiositeit op die site begon te lezen en daar zag staan: Kwaliteit is geen toneel. Het is een gewoonte (hun eerste citaat zoals gezegd) rook ik meteen onraad, want dat klonk zo raar uit de mond van Aristoteles. Ik zocht een beetje op Google om de plaats te vinden waar Aristoteles dat gezegd mocht hebben, maar vond niets. Mijn zoekvernuft botste als het ware op een muur.

Gelukkig viel mij op dat moment een methode in die in de wetenschap wel eens haar nut bewijst, en die ook politiemensen en wellicht zelfs de mensen van de binnenlandse veiligheid al eens aanwenden als zij op een verdacht dood lijk botsen. Wij spreken hier over de methode der retrograde analyse, ook aan schaakspelers niet onbekend maar dat zou ons te ver voeren. Het komt hierop neer: op hoeveel manieren kan een bepaalde, ongewone situatie zijn ontstaan? En wat is de meest waarschijnlijke, of misschien zelfs noodzakelijke en dus enige manier?
Ik besloot nu om de bewuste zin retrograde naar het Engels te vertalen, immers de managementstaal bij uitstek, en googlede vervolgens verder met de termen “quality”, “theatre”, “habit” en vanzelfsprekend “Aristotle”. Ook dat leverde niets nuttigs op, al heeft Aristoteles wel een en ander verteld over theater.

Bijna in wanhoop begon ik mijn zoektermen nu geleidelijk te vervangen door “excellence”, “virtue”, “to act”, “acting” en aanverwante. En ja, plots had ik het: www.mikrosapoplous.gr, met daar de hele Ethica Nicomachea van Aristoteles.
Ons interesseert voor het moment Biblion II.
Helaas bleek nu dat de mensen van adviesovermanagement.nl het Grieks wellicht helemaal niet, en het Engels niet goed hadden gelezen of verstaan, en dus nog slechter hadden vertaald.
Ik moet bijgevolg iedereen afraden om van die site nog gebruik te maken.

Aristoteles hééft het in zijn Ethica, Biblion II namelijk niet over toneel of over kwaliteit, maar wel over het deugdzaam menselijk handelen. Eén van zijn beweringen is bijvoorbeeld dat je niet tot iemands deugdzaamheid kunt besluiten, nadat je hem één keer een deugdzame daad hebt zien stellen. Hij geeft volgend voorbeeld niet, maar dat doet er niets van af: ook een doortrapte boef kan een keer een drenkeling uit het water halen zonder daarom een deugdzaam mens te worden.

Je kunt iemand pas deugdzaam noemen, zegt Aristoteles verder, als hij puur uit gewoonte deugdzaam handelt, een kwestie van opvoeding of dril dus, niet zozeer van aanleg …  ἡ δ᾽ἠθικὴ ἐξ ἔθους περιγίνεται (hè d’èthikè ex ethous periginetai) .…terwijl deugdzaam handelen voortkomt uit gewoonte.
Marc Vanfraechem
.